Ricardo Dijkema: hart op het ijs

Groningen

“Hard werken en een pass kunnen geven, dat is al heel belangrijk.” Misschien is dit wel de levensfilosofie van oud-ijshockeyer Ricardo Dijkema. Een man die zegt nooit een puck te willen verliezen, maar ook oog heeft voor de schoonheid van een goede stoel.

Door Arjen J. Zijlstra

Ricardo Dijkema (43) spreekt zonder franje. Maar vraag hem wat er zo prachtig is aan zijn hobby en elk woord krijgt – als een stick tegen een puck- een zwieper van zijn enthousiasme: “IJshockey is snelheid, tactiek, inzet en passie.” Maar na meer dan 25 jaar op hoog niveau gespeeld te hebben bij Assen, The Martini North Stars en GIJS Groningen, klinkt ‘hobby' misschien iets te vrijblijvend. Want qua uren was het vaak minstens een deeltijdbaan. Een job waar overigens geen droog brood mee viel te verdienen, zelfs niet in de eerste- en eredivisie waar Dijkema speelde. “Je moet echt van de sport houden. En ik had ook het geluk dat ik vanaf mijn zestiende bij mijn vader en broer hier in de meubelstoffeerderij aan het werk kwam.” Vanaf die jonge leeftijd mocht hij ook af en toe meedoen bij het eerste van GIJS. ”Vaak wist ik dan voor de wedstrijd dat de kans klein was dat ik mocht spelen. Als iemand geblesseerd raakte mocht ik misschien 1 of 2 keer op het ijs. En dan was ik al heel blij.”

Humble

Kortom, Dijkema leerde dat je als groentje ‘humble' moest zijn: “Ik werd soms gekleineerd door spelers die ouder waren dan ik. Op dat moment dacht ik: eikel, wie ben jij wel niet. Maar ik ging dan wel gewoon zitten en hield mijn mond. En terecht. Dat is nu weleens anders. Niet dat vroeger alles beter was, maar je leerde wel hoe het hoort.” Hij groeide langzaam maar zeker uit tot een vaste kracht in de verdediging.”Ik was een harde verdediger, maar wel met overzicht, oog voor het spel en een goede pass.” In zijn laatste jaren was hij ook teamcaptain. Tot de hoogtepunten rekent hij de kampioenstitels in Assen jaren geleden en bij GIJS in zijn laatste seizoen in 2014. Maar pas als hij vertelt over de jaren bij het vriendenteam de Martini North Stars wordt zijn verhaal bijgestaan door een vette smile. “Dat waren jongens die allemaal goed konden ijshockeyen maar geen zin meer hadden om echt op niveau te spelen. We hebben toen het prachtigste ijshockey gespeeld en de mooiste ijshockeyplekjes gezien. Zoals Zweden, Denemarken en Finland. Het was samen hard werken en samen hard drinken. Maar op het ijs stonden we er wel. Vaak waren tegenstanders verbaasd hoe goed we waren.”

Meubelstoffeerder

“Ik denk dat ze nog wel even in de oven moeten”, zegt een ijshockeyvriend die met een paar nieuwe schaatsen in zijn handen naast ons staat. Dijkema antwoordt dat hij zelf nooit zijn schaatsen in de oven doet, maar dat de binnenkant dan inderdaad wat zachter wordt en zich iets beter vormt om de voet. Een kleine handel in ijshockeybenodigdheden heeft hij sinds enige tijd dus ook. Maar zijn broodwinning ligt bij Dijkema Meubelstoffeerders, waar hij sinds het terugtreden van zijn vader in 1999 samen met zijn broer Jan mede-eigenaar is. Het leukste onderdeel van zijn werk vindt hij het bezoeken van klanten. “Ik kan met iedereen goed opschieten, dus dat is makkelijk. En ik vind het leuk om zowel in Haren en Glimmen te komen als bij Truus in het Oosterpark driehoog-achter.” Het bedrijf aan het Boterdiep 20 krijgt veel opdrachten, maar heeft slechts beperkte ruimte om de zitmeubels op te slaan,waardoor een stoelendans soms onvermijdelijk is. “Die zwarte stoel daar is van mijn vader geweest, die gaat straks in de opslag. Hij is in december overleden. Dat hij daar ooit op heeft willen zitten…Ik denk dat die stoel nog geen 250 euro kost. Uiteindelijk heeft hij wel één goede stoel gekocht. Daar heeft hij drie maanden op gezeten, toen was hij dood. Een gemis, maar hij heeft een goed leven gehad.” “Mijn vader heeft alles voor mij en mijn broertje gedaan toen we ijshockeyden. Soms reed hij 1000 kilometer in een weekend. Dan speelde ik bijvoorbeeld in Nijmegen en mijn broertje in Den Haag.” Die opoffering van ouders hoort volgens Dijkema bij ijshockey. Vooral omdat de afstanden tussen de steden waar gespeeld wordt ook al op jeugdniveau ver uit elkaar liggen.

Lillehammer

Met twee ijshockeyende dochters, Savanne en Maree, is hij inmiddels zelf die vader met duizenden kilometers op de teller. Een van de redenen dat hij 2 jaar terug zijn laatste wedstrijd speelde was dan ook omdat hij meer tijd wilde hebben voor het steunen van zijn dochters. En of zijn pensionering als ijshockeyer van invloed is geweest of niet, de 15-jarige Maree speelt inmiddels bij het nationale vrouwenteam. En volgende week reist ze af naar de Jeugd Olympische Spelen in het Noorse Lillehammer om deel te nemen aan de zogeheten ijshockey skills challenge. “Ja, natuurlijk sta ik daar op de tribune. 4 jaar terug was er 1 Nederlands meisje heen geweest en nu weer 1 meisje uit Nederland en dat is Maree. Elk jaar gaan we op wintersport en nu gaan we dus op wintersport naar Lillehammer.” Dijkema en zijn vrouw vinden dat als kinderen fanatiek zijn in een sport ze maximaal gesteund moeten worden. Hij herinnert zich hoe zijn vrouw ook hem stimuleerde in zijn ijshockeyloopbaan door af en toe te zeggen dat er eigenlijk nooit een goede reden is om niet te trainen. Zo kwam het dat in zijn eredivisietijd een kleine Maree een keer te slapen werd gelegd onder een kapstok in de business room van het ijsstadion. “En daar is zij niks minder van geworden”, aldus een trotse vader.

Auteur

Marc Jansen