Herman Tulp maakt oases van olieverf

Groningen

Onderdruk je neiging het mesje uit het stilleven te pakken en de geschilderde appel te schillen. Want schilder Herman Tulp laat alle zintuigen zingen. “Ik schilder geen mottige mensen op het strand. Het moet schoonheid hebben.”

Door Arjen J. Zijlstra

Het was niet in een kunstenaarscafé in Montmartre na het vijfde glas absint dat Tulp zijn muze – ‘ik zit jou weer op te hemelen Angenitha' - ontmoette, maar in de Hoornsemeer Bar waar op een groot scherm naar voetbal werd gekeken. “Terwijl we allebei niet van voetbal houden. Tot die tijd was ik altijd wel een beetje zoekende en het alleen-zijn vond ik zwaar. Maar toen ik die avond Angenitha ontmoette, dacht ik: er is hoop.” “Deze laatste 11 jaren met haar zijn de gelukkigste jaren van mijn leven. Ze inspireert me. En we halen het beste in elkaar naar boven. Maar Angenitha heb ik nooit geschilderd.” Toen Tulp (60) het eens aan haar voorstelde, grapte ze dat hij haar daarvoor vele jaren eerder had moeten ontmoeten.

Schoonheid

De vrouwen die Tulp schildert zijn dan ook vaak jongvolwassenen in de lente van hun schoonheid. Sommige schilderijen lijken een knipoog naar Vermeer: de lichtval, de ondoorgrondelijke uitstraling van het model. Maar waar de oude meester hooguit een ontbloot arm toonde, hebben de dames bij Tulp vaak minder kleding aan of zijn soms volledig naakt. “De constante in mijn werk, dat zijn realistische stillevens en die verkopen doorgaans ook het beste. Want een man kan zo'n naakt wel mooi vinden, maar dan zegt zijn vrouw wat moet ik met zo'n meid in huis.” Maar toen Tulp in 2009 begon met naakten, verkocht dat toch boven verwachting goed. De gemene deler in de schilderijen van Tulp is schoonheid. In een stilleven doen de aardbeien je het water in de mond lopen, het theebusje ruik je en je vingertoppen denken de houtnerven te voelen. “Ik schilder geen mottige mensen op het strand. Het moet schoonheid hebben. Daar geniet ik ook van. Of het nou voorwerpen zijn die op een bepaalde manier geordend zijn of met een model, allebei heeft het te maken met schoonheid.” “Je hebt inderdaad ook wel kunstenaars die niet zoveel met schoonheid hebben. Dat zijn échte kunstenaars, haha. Daar heb ik ook grote bewondering voor, maar dat is een totaal andere wereld. Mijn instelling is altijd geweest dat ik er ook gewoon van moet kunnen leven.”

Goden bij nacht

Tulp groeide op in Zwolle, waar zijn vader een kantoorboekhandel had. Dus er waren altijd kleurpotloden voorhanden. “Toen was ik helemaal gek van strips en heb ik dus ook veel strips getekend. Dat was achteraf niet zo goed voor mijn ontwikkeling want dat is niet zo vormvast.” Maar dat is later toch nog bijgetrokken, getuige de realistische aard van zijn werk. Overigens was Tulps werk in zijn jongere jaren behoorlijk surrealistisch, al dan niet geïnspireerd door de sciencefictionboeken die hij las. De duisternis die in zijn recente werk ontbreekt, staat daar juist op de voorgrond. Titels als ‘Wandelen met de dood' en ‘De goden bij nacht' beschrijven accuraat de sfeer van die doeken. “Vanaf mijn pubertijd werd ik steeds ernstiger depressief, het zit in mijn genen. Ik zag tegen alles op, dus ik ging naar de drank grijpen en weet ik wat… Ik ging alle therapieën doen die er zijn en ik ben nog een tijdje opgenomen geweest in een leefgemeenschap bij Haarlem. Dat vond ik wel heel prettig want ik was niet meer alleen en ik merkte dat ik toch wel gezonder was dan veel anderen die er zaten. Ik heb dus heel veel geprobeerd, maar uiteindelijk heb ik vooral veel gehad aan groepstherapie.”

Photoshop

Tulp begon in 1984 Tulp & Parlevliet Illustrators, samen met kunstenaar Hans Parlevliet. Met succes. Ze maakten advertenties, cd-covers voor bijvoorbeeld Philips en boekomslagen voor de bekende Kippenvel-jeugdboeken. Maar midden jaren negentig kwam er met de komst van computers vrij abrupt een einde aan hun bloeiende zaak. “Want onmogelijke voorstellingen kon je toen ook met Photoshop maken.” Tegenwoordig brengt Tulp zelf ook veel tijd door achter het computerscherm, maar dan om films te monteren. Dat is zijn tweede grote passie – of misschien derde, want Tulp bespeelt ook met verve de dwarsfluit. Hij maakt vooral korte films over collega-kunstenaars die hij bewondert. Een meer experimentele kunstfilm die hij maakte bij muziek van Clemens Krijger zal binnenkort draaien bij een schildersexpositie in het Heerenveenmuseum (22 maart tot 12 juni). Hier exposeert hij met andere schilders binnen het thema hyperrealisme. En er is tegenwoordig natuurlijk het onvermijdelijke internet. “Ik dacht dat ik een van de weinigen was die aardbeien schilderde omdat het technisch vrij moeilijk is, maar nu zie ik ze op Facebook overal. Dat is wel een cultuurschok hoor.” Maar gelukkig is er dan altijd nog zijn muze, die bij zo'n vlaag van onzekerheid hem influistert dat zijn aardbeien wél de mooiste zijn. Meer zien van Herman Tulp? Galerie Wildevuur in Hooghalen: www.wildevuur.nl.

Auteur

Marc Jansen