In Stad | De doos van Passage

Groningen

In cultuurcentrum De Oosterpoort was de stadsdichterdichtheid zaterdagmiddag bijzonder groot.

De huidige stadsdichter van Groningen (Kasper Peters) was samen met de vorige stadsdichter (Joost Oomen) ingehuurd om dichterlijke dj's uit te hangen, terwijl gewezen stadsdichters (Anneke Claus, Rense Sinkgraven, Ronald Ohlsen) zich in de goedgevulde zaal bevonden. Dan heb ik opperstadsdichter Jean Pierre Rawie nog niet eens genoemd. Ook literair geweten Coen Peppelenbos was aanwezig. En dus moest er wel sprake zijn van een bijzonder literair evenement. Daarmee is geen woord teveel gezegd, want de presentatie van tien dichtbundels op een en dezelfde middag is heel apart. Een deel van de oplage is verzameld in een fraaie cassette onder de titel De doos van Passage. Naast een bundel met hekeldichten zijn er bundels van Daniël Dee, Paul Gellings, Karel ten Haaf, Renée Luth, Ronald Ohlsen, Diana Ozon, Pauline Sparreboom, Irene Wiersma en Willem Jan van Wijk. Uitgever en initiatiefnemer Anton Scheepstra: “Vorig jaar november heb ik besloten dat dit project door kon gaan. Er waren toen ruim honderd mensen die ingetekend hadden op De doos van Passage. Inmiddels ben ik er al 150 van de 250 kwijt. In de doos zitten tien bundels die ook los verkrijgbaar zijn via de boekhandel. Bij Passage had ik een aantal dichters die graag een bundel wilden uitgeven. Met zo'n presentatie van tien bundels tegelijk krijg je veel meer reuring. Toen ik een paar weken geleden op het Boekenbal was merkte ik het al. Daar zeiden ze: wow, wat gebeurt er allemaal bij Passage. Als je één bundel presenteert krijg je die reuring niet.” Alle dichters van De doos van Passage kregen hun eerste exemplaar uitgereikt door Anton Scheepstra. Ronald Ohlsen gaf zijn exemplaar meteen door aan zijn 12-jarige nichtje Joëlle. “Ik hou nog steeds van poëzie, maar er is een tijd geweest waarin ik nog veel meer van poëzie hield dan nu. Dat was aan het eind van de jaren tachtig toen ik de poëzie ontdekte. In de jaren die volgden was ik verslaafd aan gedichten. Op een bepaald moment is dat op. Dan ken je de J.C. Bloems en de Slauerhoffs. Het grote avontuur is dan een klein beetje voorbij. Daarom geef ik deze bundel door aan mijn nichtje Joëlle. Zij ontdekt de poëzie nu voor het eerst.”

Jos Jansen op de Haar


Auteur

Marc Jansen