Buitenspel | Waar waren de fans vroeger?

Groningen

Voetbal-Nederland heeft afgelopen weekend nog eenmaal massaal stilgestaan bij het overlijden van Johan Cruijff. Alleen al bij de 9 eredivisiewedstrijden betoonden meer dan 190.000 toeschouwers hun respect voor de beste voetballer die Nederland ooit heeft gekend, oftewel ruim 20.000 per wedstrijd. In de glorietijd van Cruijff kwamen er heel wat minder liefhebbers naar de eredivisiewedstrijden. En ook bij Ajax veel minder dan nu.

Neem het topseizoen 1972-1973. Beter dan toen is het Nederlands clubvoetbal nooit geweest. Ajax wint voor de derde achtereenvolgende keer de Europa Cup voor landskampioenen, nadat Feyenoord in 1970 als eerste Nederlandse club de belangrijkste clubtrofee heeft veroverd. Het Nederlandse clubvoetbal mag dan Europees domineren, dat leidt niet tot bomvolle tribunes. Er komen gemiddeld niet meer dan ruim 11.000 toeschouwers naar de eredivisiewedstrijden. Degradatiekandidaat FC Groningen lokt gemiddeld nog geen 8000 toeschouwers naar het Oosterpark. De Kuip, waar het publiek kan genieten van grootheden als Rinus Israel, Wim Jansen en Willem van Hanegem, is het best bezochte stadion met een moyenne van ruim 34.000. Cruyff & Co trekken gemiddeld 23.825 mensen naar De Meer. Het stadion biedt plaats aan 30.000 toeschouwers. In die tijd meer dan genoeg, want bij veel wedstrijden van het beste Ajax aller tijden zit De Meer nog niet voor de helft vol. Alleen voor Europese wedstrijden en de duels met Feyenoord wijkt Ajax uit naar het grotere Olympisch Stadion. De verklaring voor de magere belangstelling? Ajax speelt met Cruijff vaak erg zakelijk. Superieur als de ploeg is, zijn de meeste thuiswedstrijden al bij rust beslist. Ajax en Feyenoord vormen een decennium lang de onaantastbare top twee. Play-offs bestaan nog niet. De eredivisie – althans de top – is veel beter dan nu. Maar ook veel saaier.

Wim Masker


Auteur

Marc Jansen