Renske Bos: leven in gastvrijheid

Groningen

Of iemand nou patat wil of een gepocheerde oester: de beleving moet kloppen, vindt cateraar Renske Bos. “Ik word liever bediend door iemand die stottert maar wel vreselijk zijn best doet, dan door een snob.”

Door Arjen J. Zijlstra

Dat ze besloot na het vierde jaar gymnasium naar de hotelschool te gaan, daar konden haar ouders nog wel mee leven. Alleen dat ze naar de middelbare hotelschool ging hier in de stad en niet naar de hogere in Leeuwarden, dat begrepen ze echt niet. Maar Renske Bos (41) deed ook toen al precies wat zij zelf wilde. Het gereis met de trein zag ze niet zo zitten, en op de middelbare hotelschool hield ze bovendien meer tijd over om te werken in de horeca. Werk dat ze al sinds haar 15de deed, van jassenmeisje tot werk in de bediening. Ze heeft nooit spijt gehad. “Ik pleit er nog steeds voor dat mensen een studie moeten doen in iets wat ze écht leuk vinden.”

Goedemurgen

Toch vindt Bos, nu ze jaren later samen met haar man Bos&Bos-catering leidt, een juiste opleiding niet doorslaggevend bij het aannemen van personeel. “Wij hebben ook mensen uit een Wajong-traject die alles in zich hebben om zich super te ontwikkelen in de keuken of in de bediening. Alleen die kunnen bijvoorbeeld theoretisch gezien niet meekomen, vmbo is voor hen al heel lastig. Maar dat soort mensen zijn vaak juist veel beter dan mensen die bijvoorbeeld hogere hotelschool hebben.” “Als die in de keuken of de bediening moeten beginnen dan hebben ze gelijk een beetje een soort attitude van oh ik ben de manager. Terwijl de mensen die lager opgeleid zijn de gastvrijheid vaak gewoon in hun lijf hebben. Dat zijn de echte.” “Ik word liever bediend door iemand die een beetje stottert aan tafel maar die wel vreselijk zijn best doet met een grote smile, dan één of andere snob die zegt: goedemurgen, kan ik u een kupje kuffie aanbieden?”

Welk aanbod past?

Toen Bos en haar echtgenoot in 2003 het bedrijf startten, begonnen ze naast locatiecatering ook al vrij snel hun diensten aan te bieden vanuit vaste stekken. Inmiddels zijn dat er 9. Zoals het Groninger museum, de TT-hal in Assen, Huis de Beurs en paviljoen Sterrebos. Een heel leuk onderdeel van haar werk vindt Bos het uitvogelen welk aanbod van eten, drinken en aankleding bij welke doelgroep past. “Iemand op de landbouwvakbeurs doe je echt geen plezier met kaviaar en iemand die de tentoonstelling ‘Russische Sprookjes’ in het Groninger Museum bezoekt, heeft weer andere behoeftes.”

Niet zeiken

Waar haar man meer op de achtergrond opereert, is zij binnen het bedrijf bijna overal bij betrokken en vormt het gezicht naar buiten toe. In 2008 werd zezelfs uitgeroepen tot zakenvrouw van het Noorden. Kom bij haar dan ook niet aan voor een filosofisch gesprek over het glazen plafond “Daar ben ik nu echt wel een beetje klaar mee, hoor.” En een feminist? “Nee, gatver, ieuw! Dat vind ik echt zo stom. Je hebt ook van die vrouwenclubjes en dan hebben ze het erover: hoe doe jij dat als werkende moeder? Maar je vraagt toch ook niet: hoe doe jij dat als werkende vader? Als jij mee wilt doen op het hoogste niveau, en dat wil ik altijd graag, dan moet je niet over dat soort dingen zeiken.”

Vluchtelingen

Een vrij uitzonderlijke cateringklus was een half jaar geleden in de TT-hal in Assen waar 4 maanden lang 550 vluchtelingen werden opgevangen. “Eigenlijk doe je daar niks anders dan wanneer je een jubileumdiner catert. De basiscomponenten die een diner lekker maken, zijn voor vluchtelingen hetzelfde als wanneer je catert voor de koning.” “Ik vind het belachelijk dat bij een niet bij naam te noemen landelijke cateraar, die een overeenkomst heeft met de COA, het gewoon in een soort vliegtuigmaaltijd-pakketje wordt geperst. Endat er niet meer wordt gekeken naar de smaak en de manier van bereiden van de gerechten. Terwijl dat wel net zo duur is als dat je elke dag verst kookt. Ik vind dat als jij kookt voor iemand anders je niet alleen voor de beste prijskwaliteit moet gaan, maar vooral ook voor de smaak.”

Whoeoe!

Als ondernemer wil Bos niet per se steeds groter groeien, maar liever het aanbod van haar cateringservice steeds gevarieerder maken. De eerstvolgende stap hierin is de overname van de catering van Groningen Airport Eelde. “We gaan behoorlijk investeren en ik wil daarmee een soort eerste schaap over de dam zijn, zodat de overheid, de provincie en de gemeente ook zeggen van ‘hé, het ziet er opeens heel anders uit’ en dat mensen die over Eelde vliegen denken: het ziet er zo leuk uit we kunnen daar wel wat gaan eten. Ik hoop daarmee een soort trekkracht te genereren voor de ontwikkeling van de luchthaven.” “Heel veel mensen zeggen: belachelijk dat je dat doet. Want als ze over 2 jaar de luchthaven dicht kwakken dan kost het veel geld...” Met grote twinkelende ogen: “Maar ik zie dit echt als zo’n gave uitdaging dat ik denk: whoeoe!”

Auteur

Marc Jansen