Portret Piet de Ruiter | Beelden van een dwangarbeider

Groningen

“Ik vertelde nooit over mijn tijd in Duitsland, want dan kreeg ik te horen: ja, je hebt de Duitsers lekker meegeholpen.” Maar nu zijn de ervaringen van Piet de Ruiter (92) definitief te boek gesteld, in woord én beeld.

Door Arjen J. Zijlstra

In een van zijn dagboeken zit een sneeuwvlok geplakt. Weliswaar van metaalfolie, maar De Ruiter zag ze tijdens geallieerde bombardementen op Hannover keer op keer als sneeuw naar beneden dwarrelen. Reflecterende reepjes, met als doel het Duitse radarsysteem te ontregelen. Met die bombardementen kwam de bevrijding dichterbij, maar voor hem ook het gevaar door diezelfde bommen te sterven. De Ruiter was net als 600.000 andere Nederlanders tewerkgesteld in Duitsland. In januari 1943 begon zijn eerste dag als dwangarbeider in een accufabriek in Hannover. Hier zou de toen nog 18-jarige kantoormedewerker uit Groningen tot april 1945 blijven werken. “Ik moest de hele dag vissen: metalen plaatjes die in vaten met zuur waren gevallen eruit hengelen. Dat zuur kriebelde in je gezicht en als je ergens een wondje had dan voelde je het branden. Er werkten ook mensen uit een krijgsgevangenkamp en een concentratiekamp. Allerlei nationaliteiten waren vertegenwoordigd. Er hing een heel rare sfeer, die valt niet te beschrijven. Ja, het was een héél grote overgang van het kantoorwerk dat ik deed.”

Arbeitseinsatz

De eerste maal dat De Ruiter het verzoek kreeg gekeurd te worden voor de Arbeitseinsatz kwam hij niet opdagen. Niet lang daarna werd hij echter niet verzocht, maar gelást de volgende dag te komen. En natuurlijk werd hij goedgekeurd. Pogingen om er onderuit te komen via aanbevelingen van werkgevers, die het Arbeidsbureau schreven dat hij onmisbaar was in Nederland, slaagden niet. En het gezin De Ruiter ontving inmiddels ook geen voedselbonnen meer voor hun zoon Piet. Zo gebeurde het dat Piet de Ruiter op 20 januari 1943 op het station van Groningen afscheid nam van zijn broer, zus en vader – zijn moeder had thuis al afscheid genomen, want het viel haar te zwaar. In de fabriek waar hij uiteindelijk terecht kwam werden accu’s voor u2-boten en v2-raketten gemaakt. Hij werkte er 7 dagen per week van 08.00 tot 18.00 uur.

Café

Vanaf de dag dat De Ruiter uit Groningen vertrok, begon hij een dagboek bij te houden. “Ik had er geen bedoeling mee, maar misschien deed ik het om de ellende van me af te schrijven.” Ook schreef hij veel brieven met het thuisfront, zoals met een vriendin die hij kende van de Jeugdbond voor Onthouding. Dat was vooral een gezelligheidsvereniging. Maar niet-drinken was wel degelijk een van de idealen die er werd beleden. Zo kwam het dat, hoewel De Ruiter buiten werktijd het terrein mocht verlaten, hij niet meeging als zijn barakgenoten het café indoken. “Dus ik was veel alleen. Later is dat veranderd, maar in het begin was dat voor mij heel moeilijk. Na een tijdje kwam er ook een dwangarbeider uit de jeugdbeweging bij. Daar heb ik toen wel veel contact mee gehad.Totdat hij met verlof ging en niet terugkeerde.” Verlof dat De Ruiter overigens nooit heeft gekregen. Wat onderstreept dat ofschoon hij beslist meer vrijheden had dan de gevangenen daar, er op geen enkele manier sprake was van vrijwillige arbeid.

Fototoestel

Met grote regelmaat kreeg De Ruiter pakketjes toegezonden van zijn ouders. Meestal bevatte zo’n pakketje eten, maar na ruim een jaar ontving hij een fototoestel. Fotografie werd een vrijetijdsbesteding en manier om contacten te leggen. Zoals met de Russische meisjes die elders op het terrein werkten – en het kamp overigens niet mochten verlaten. “De Russische meisjes waren heel gek op mij want ze wilden graag op de foto, dus ik had altijd wel aanloop. Die foto’s stuurden ze dan naar huis om te laten weten dat alles goed was.” Om de schijn op te houden hadden ze dan hun zondagse kleding aan en niet hun werkkleding. “Vanwege de Russische meisjes had ik een Duits-Russisch woordenboekje aangeschaft. Dus zij noemden een woord in het Russisch en dan kon ik in het Duits zien wat het was.” Maar ‘een kusje’ heeft hij nooit gekregen. Wel verliefd? “Neuh.” Maar een foto waar hij met een Russische schoonheid opstaat geeft bijna licht, zo stralen ze allebei. “Ja, ik vond het wel heel erg jammer dat ik háár na de bevrijding nooit meer gezien heb.”

Raadsel

Piet de Ruiter werd in januari 2015 geïnterviewd door historica Uta Fröhlich, in het kader van een tentoonstelling ‘Batterien für die Wehrmacht’ in Berlijn. Hierdoor werden Piet en zijn kinderen zich extra bewust hoe bijzonder de dagboeken, brieven en vooral foto’s zijn. Zodanig zelfs dat ze besloten er een boek van te maken: ‘Dwangarbeider 3257 - 2,5 jaar Arbeitseinsatz 1943 – 1945’. Het is een familieproject waarbij de kinderen het boek samenstelden en drukten en de kleinkinderen onder andere een website bouwden: www.dwangarbeider3257.nl. Fröhlich: “Historici hebben zich altijd afgevraagd hoe en door wie deze foto’s van Ostarbeiterinnen gemaakt konden worden. Piet heeft dit raadsel in zijn boek opgelost.” Liet de kampleiding het fotograferen zomaar toe? “Nou, ik fotografeerde niet in de fabriek. Maar ik heb ook niet om toestemming gevraagd. Ik heb het gewoon gedaan.”

Terug in Groningen

De laatste 6 maanden werd het eten slechter en moest De Ruiter steeds vaker de schuilkelder in. Soms werd hij wel 4 keer in een nacht gewekt door het bomalarm. Enkele mede-dwangarbeiders stierven dan ook bij deze bombardementen. Een vriendin schreef in een brief: “Wanneer we ons verstand laten spreken, rijst onvermijdelijk de vraag of je uit de bombardementen levend tevoorschijn bent gekomen.” Het zou maanden duren voor ze haar vraag beantwoord zag. Op 10 april 1945 werd Hannover bevrijd. Pas een flink aantal weken later keerde hij via Limburg en Leeuwarden – vanaf daar op een fiets met massieve banden - terug in Groningen. “Het heeft heel erg bijgedragen aan mijn volwassenwording. Daarom ben ik aan de ene kant ook wel blij dat ik het meegemaakt heb. Maar het was vreselijk, alle ellende die ik heb gezien.”

Auteur

Marc Jansen