Auke de Boer: muzikant voor alle Stadjers

Groningen

Vanaf 70 meter hoogte laat stadsbeiaardier Auke de Boer 2 keer per week, en bij speciale gelegenheden, de Martiniklokken over de stad klinken. “Niemand luistert een uur lang, maar mensen missen het als ze hem niet horen.”

Door Arjen J. Zijlstra

“Vroeger woonde hier de torenwachter”, vertelt De Boer (59) als we – na 311 treden hijgend - de beiaardruimte betreden. “Hij moest elk kwartier op zijn toeter blazen om te laten horen dat hij niet sliep, en zag hij ergens brand dan moest hij overdag een vlag uitsteken richting de brand en ’s avonds een lantaarn eraan hangen en de brandklok luiden.” Ruim honderd jaar geleden werd deze functie wegbezuinigd, maar de beiaardier bestaat nog steeds. De Boer is de twintigste, sinds het instrument in 1525 in gebruik werd genomen. In de toren hangen luidklokken en carillonklokken. Maar enkele luidklokken, zoals de bijna 8000 kilo wegende Salavator, kunnen via de pedalen ook ingezet worden als basklok. “Eens waren de luidklokken wat de sociale media nu zijn. Wat nu met appjes en alerts gebeurt, dat werd vroeger allemaal per klok verteld. Er was een klok speciaal voor het openen en sluiten van de markt. En eens was het zo dat mensen na tien uur niet meer op straat mochten komen, daar klonk dan de ruimstraatklok voor.”

Belasting

Elke mededeling had dus zijn eigen geluid. De klok die ongeacht hoe hij afgestemd was altijd irritant klonk, was de tiendenklok, die aangaf dat er weer belasting (tienden) betaalt moesten worden. Op zondag klonk natuurlijk ook gelui om mensen op te roepen naar de kerkdienst te gaan. Toch waren de klokken niet bezit van de kerk maar van het stadsbestuur omdat die verantwoordelijk was voor de openbare tijdsvoorziening. In de tijd dat de meeste mensen nog geen horloge droegen, was het hierbij noodzakelijk dat voordat het uur werd geslagen een melodietje klonk van het carillon. “Want als iemand driftig aan het werk was en dacht: hé, ik hoor de klok, dan had hij of zij alweer een paar slagen gemist.” Maar ook vandaag de dag klinkt nog een melodie voor de uurslag. Het automatisch carillon laat zelfs elk kwartier een melodie horen. “4 keer per jaar zet ik er een nieuw melodietje op. Op het volle uur staat altijd een hymne, psalm of een gezang. Op het kwartier een volksliedje, en op het half uur doe ik meestal iets wat aan de stad gerelateerd is.”

China girl

Het automatisch carillon lijkt op een reusachtige speeldoos. Het is een draaiende trommel van 2 kuub met daarin pinnen gestoken die indirect de klokken aanslaan. “Kijk, dat is waarschijnlijk Bowie’s China Girl”, zegt De Boer terwijl hij een aantal pinnen aanwijst: “Pam pam pi dam pi dam pi dam.” “Ik heb het er 9 januari opgezet en 10 januari is hij overleden. Dus het was meteen ook landelijk een beetje nieuws. Alleen dan is er iemand in Utrecht die gaat hetzelfde ook even doen en dan zegt de NOS: ‘ja, dat is dichter bij Hilversum, dan hoeven we niet helemaal naar Groningen’. Een ander strijkt dan met de eer. Maar goed, er is wel enige aandacht aan besteed hoor.”

3 J’s

Op dat moment begint het automatisch carillon een stukje van Bachs Ach wie flüchtig, ach wie nichtig te spelen, gevolgd door 11 slagen. De Boer spoedt zich naar de stokken van de beiaard, waarop hij straks met zijn vuisten het Canadese volkslied zal slaan. In het kader van de bevrijding 71 jaar geleden. Zo probeert hij elke keer dat hij speelt, zaterdag en dinsdag tussen 11.00 en 12.00 uur, het programma enigszins aan te passen aan wat er speelt in Groningen. Vandaag klinken vooral liedjes uit de jaren '40. Maar hij speelt ook vaak genoeg liedjes puur en alleen omdat ze mooi zijn, of omdat hij vermoedt dat anderen het mooi vinden. “Zelf heb ik bijvoorbeeld vrij weinig met de 3 J’s, maar ik speel het wel.”

Carillon

De Boer is in 1996 als beiaardier begonnen in het carillon bij het Academiegebouw. Daar speelt hij nog steeds, evenals in Dokkum. Daarnaast geeft hij ook muziekles op een middelbare school. Nederland heeft in vergelijking met andere landen bijzonder veel carillons. Toch hebben de klokken De Boer zelfs naar Amerika en Japan gebracht. Deze zomer reist hij weer naar de Verenigde Staten. “Dan speel ik bijvoorbeeld op de universiteitscampus van Princeton. Mensen nemen een picknickmand mee en een kleed en gaan dan luisteren. Het is daar veel meer een concertinstrument.” In Japan voorzag hij de automatische carillons van het ‘Nederlandse dorp’ Huis Ten Bosch – waar ze onder andere de Domtoren hebben nagebouwd – van muziek. Ook heeft hij daar concerten gegeven.

Hoogste instrument

Terwijl De Boer deze ochtend speelt, waagt een aantal torenbeklimmers zich voorzichtig in de beiaardruimte. Deze is alleen open in de 2 uren per week dat De Boer speelt. “Kom binnen”, zegt hij enthousiast. En zoals je van een muziekleraar verwacht, vertelt hij tussen het spelen door vol vuur over het grootste en hoogste muziekinstrument van Groningen.

Auteur

Marc Jansen