Buitenspel | Er gaat niets boven Groningen

Groningen

[caption id="attachment_52811" align="alignright" width="120"] Wim Masker.[/caption]

Sympathiek, intelligent, gedreven en brandend van ambitie. Die indruk maakte Arjan Taaij op mij toen hij in de nazomer van 2013 werd gepresenteerd als opvolger van Ronald Zoodsma. Taaij had grootse plannen met Abiant Lycurgus en heeft die in zijn derde seizoen volledig waargemaakt. Hij heeft met zijn team alle mogelijke nationale prijzen gewonnen. Maar liefst 4300 mensen woonden zaterdag in Martiniplaza de beslissende kampioenswedstrijd tegen het Doetinchemse Orion bij. Nooit eerder zaten er in Nederland zoveel mensen bij een volleybalwedstrijd. Zij die hun nek uitstaken om de finale van de play-offs in het ‘huis van Donar’ te spelen, verdienen alle lof voor hun gewaagde initiatief. Gewaagd, want meer dan ruim duizend toeschouwers komen er doorgaans niet bij Lycurgus. Doorsneewedstrijden trekken vaak hooguit vijfhonderd belangstellenden. Zo groot als de publieke belangstelling in stad en omgeving was, zo beperkt was de landelijke interesse. De NOS gaf voor rechtstreekse verslaggeving de voorkeur aan de wielerklassieker Luik-Bastenaken-Luik. Van Lycurgus-Orion kreeg de kijker alleen een samenvatting te zien. De Telegraaf wijdde maandag achter in het sportkatern een foto met nevenschrift aan de volleybaltitel en de Volkskrant volstond met een eenkolommertje. De geringe landelijke belangstelling voor de ontknoping van de volleybalcompetitie is voor Groningers teleurstellend, maar wel begrijpelijk. Volleybal wordt gedomineerd door provincieclubs. Clubs uit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht – uit zeg maar de huiskamer van de landelijke media – spelen geen enkele rol. Basketbal kampt met hetzelfde ‘probleem’. Alleen in het ‘verre’ Groningen, vaak aangeduid als het hoge noorden, is het een grote publiekssport. Gaat er eens een keer echt ‘Niets boven Groningen’, laat het ze in de rest van het land koud. Het is niet anders, en het mag zeker de pret niet drukken.

Wim Masker


Auteur

Marc Jansen