Buitenspel | Verkeerd accent

Groningen

[caption id="attachment_52811" align="alignleft" width="120"] Wim Masker.[/caption]

Voor de tweede keer in de geschiedenis beleeft het Nederlandse voetbal een periode van snelle neergang. De eerste keer was na het zilveren WK van 1978, toen Oranje in het daaropvolgende EK van Italië al in de eerste ronde sneuvelde. De neergang van het nationale elftal volgde op een periode waarin de clubteams al veel terrein hadden moeten prijsgeven. Voetbal-Nederland was in 1980 door de snelle uitschakeling van Oranje in rep en roer. De zweep moest erover, oordeelden de critici. De spelers moesten harder trainen, beter verdedigen en meer gericht zijn op het winnen van wedstrijden. In het vorige week geopenbaarde KNVB-rapport ‘Winnaars van Morgen’ keert veel van de kritiek uit eind jaren zeventig en begin jaren tachtig terug. Opnieuw liggen de accenten op het fysieke, het verdedigen en het ‘mentale’. Maar de technische tekortkomingen van ons voetbal verdienen minstens zoveel aandacht. Ze zijn voor een belangrijk deel veroorzaakt door het tactische keurslijf, waarin onze aanvallers worden gestopt. Verlos hen uit het verstikkende, statische en daardoor trage 4-3-3. Laat ze meer pingelen, wegdraaien van hun tegenstanders, van positie wisselen, kortom: acties maken. Stop met het vaak te omzichtige zoeken naar de ‘vrije man’. Zeker, fysieke ontwikkeling is in het van combinatiespel doordrenkte Nederlandse voetbal lang een ondergeschoven kindje geweest. En goed leren opbouwen en balbezit houden was lang belangrijker dan verdedigen en duels leren winnen. Maar laten we niet vergeten dat het Nederlandse voetbal al zijn grote successen dankt aan sterke individualisten. Aan spelers zoals Cruyff en Rensenbrink in de jaren '70; later Gullit en Van Basten; nog weer later Bergkamp en Kluivert, en recent Sneijder, Van Persie en Robben. Spelers met durf. Met een pass, een actie en baas over de bal.

Wim Masker


Auteur

Marc Jansen