Buitenspel | Europa moet weer spitsen opleiden

Groningen

[caption id="attachment_52811" align="alignleft" width="120"] Wim Masker.[/caption]

Voorafgaand aan elk EK of WK neem ik het me voor: ga niet steeds kijken, veel wedstrijden zijn waarschijnlijk toch niet om aan te zien. Thuis weten ze beter. Ik kijk toch, bijna alles. Argwaan viel mijn dan ook ten deel toen ik eind mei voorstelde in de eerste week van het EK naar Zuid-Limburg te gaan. Beetje de vakantie verpesten met voor de buis hangen zeker, zag ik haar denken. Ik heb 21 van de 36 groepswedstrijden overgeslagen. Bewust en probleemloos. Zelfs twee achtste finales heb ik niet gezien. Dankzij mijn selectieve kijken heb ik een veel minder beroerd EK achter de rug dan de meeste van mijn onverbeterlijke voetbalvrienden. Meest opvallend aan het EK was het ontbreken van aansprekende spitsen. In tijden van begaafde, veelzijdige middenvelders en ‘hoog’ staande, aanvallende backs lijkt het edele ambacht van spits niet de aandacht te krijgen die het verdient. Eigenlijk was in Frankrijk de Pool Lewandowksi de enige grootheid, maar eentje in een verder erg matige ploeg. Zelfs Duitsland en Spanje, de winnaars van de laatste vier grote toernooien, moesten zich behelpen in de spits. Spanje, land van middenvelders, moest het doen met de eerder door Real Madrid verstoten Morata en de oude Bask Aduriz. Duitsland had alleen Gomez. ‘Valse spits’ Müller, was na een lang seizoen naar eigen zeggen oververmoeid. Het was hem aan te zien. De verdedigend ingestelde toernooiwinnaar Portugal speelde zelfs zonder spits. Nani en Ronaldo moesten het voorin samen maar uitzoeken. De ironie wil dat in de finale toch een spits matchwinner werd: invaller Éder. Voor de bij het grote publiek onbekende, maar toch al 28-jarige spits van de Franse subtopper Lille was het pas zijn derde interlanddoelpunt. Een matchwinner het EK waardig, zullen we maar zeggen.

Wim Masker


Auteur

Marc Jansen