Buitenspel | De transferperikelen van FC Groningen

Groningen

[caption id="attachment_52811" align="alignleft" width="120"] Wim Masker.[/caption]

‘Nu weten ze verdomme al een jaar dat Rasmus Lindgren vertrekt en nu hebben ze nog geen opvolger’, foeterde een supporter onlangs bij de oefenwedstrijd ACV – FC Groningen. Alsof het halen van een echte versterking slechts een kwestie is van kwaliteit herkennen. Zo eenvoudig is het niet. De concurrentie voor spelers die boven het gemiddelde uitsteken is moordend en neemt alleen maar toe. Acht, negen jaar geleden was FC Groningen financieel nog interessant voor bankzitters van clubs uit de Bundesliga en de Premier League, zoals Fredrik Stenman en Andreas Granqvist. De Zweden moesten weliswaar salaris inleveren, maar het verschil was nog niet zo reuzengroot als nu. Anno 2016 betalen zelfs Engelse en Duitse clubs op het tweede niveau veel meer dan de gemiddelde eredivisieclub. Ook in Scandinavië zijn spelers niet meer bijster onder de indruk van wat FC Groningen te bieden heeft. De club dacht onlangs de IJslander Ari Skulason te kunnen strikken, maar de kleine linksback gaat naar het Belgische Lokeren, waar hij meer kan verdienen. In eigen land ondervindt FC Groningen ook steeds meer concurrentie. Met name van ‘groeiclubs’ als PEC Zwolle en Heracles Almelo. Bart van Hintum maakte onlangs de overstap van PEC naar het Turkse Gaziantepspor. Financieel een flinke vooruitgang, aldus de linksback, die meldde dat FC Groningen ook had geïnformeerd. ‘Maar zij konden niet meer betalen dan PEC.’ En Heracles-voorzitter Jan Smit stelde vorige week in VI vergenoegd vast dat zijn club qua salarissen nauwelijks nog onderdoet voor Heerenveen en FC Groningen. Misschien moet FC Groningen zich meer gaan richten op redelijk onontgonnen markten zoals de lagere Duitse divisies. Daar wordt minder betaald, maar het niveau doet er nauwelijks voor de eredivisie onder.

Wim Masker


Auteur

Redactie