Gitaren vol persoonlijkheid

Groningen

Gitaarbouw-pionier Ferdinand Rikkers startte in 1983 Rikkers Gitaarbouw. Inmiddels is Rikkers een begrip voor vele (bas)gitaristen én contrabassisten die een op maat gemaakt instrument zoeken, of hun bestaande willen laten repareren. “Ik leg mijn hart en ziel erin.”

Door: Arjen J. Zijlstra Als je de winkeldeur opent, zie je aan de rechterzijde een elftal manshoge contrabassen. Loop een stukje door en de achterwand toont het hart van Rikkers Gitaarbouw: op maat gemaakte elektrische (bas)gitaren. Het uiterlijk varieert van klassiek tot exotisch. Rikkers (55) wijst naar een gitaar die de schutkleur heeft van een berkenboom. “Daar heb ik ongelooflijk veel werk van gehad om die berkenschors er zo mooi op te krijgen. Lachend: “Dat doe ik niet weer, dat was zó veel werk.” “Ik wist dat ik Amerikaans papierberkschors wilde gebruiken, dus ik zocht op internet waar die stonden. Dat bleek alleen in enkele straten in Lewenborg. Dus daar ben ik er grote lappen af gaan trekken. Ik legde dan natuurlijk wel uit aan mensen waarom ik dat deed en dan vonden ze dat hartstikke leuk.” Deze gitaar zal qua uiterlijk heel anders zijn dan de eerste die Rikkers maakte op achttienjarige leeftijd, maar de bouwkwaliteit mocht er toen ook al best wezen. “Mijn tweede gitaar wist ik zelfs te verkopen aan de bassist van het Metropole Orkest.” In een hokje “Ik was als kind al een knutselaar. Dus toen ik basgitaar ging spelen op mijn achttiende op een heel goedkoop ding en zag dat er allerlei dingen niet goed aan waren, dacht ik al gauw: ik ga er zelf één maken.” “Bij een antiquair met een werkplaats kon ik gereedschappen en machines gebruiken. Maar informatie was er toentertijd niet. Nu kun je massa’s YouTube-filmpjes vinden, maar toen waren er zelfs niet eens boeken met instructies. Dus ik moest heel goed nadenken. Het instrument uit elkaar schroeven en precies kijken: hoe steekt dat in elkaar? “ “Je wordt op die manier gedwongen om zelf na te denken. Ik denk dat je het zo ook veel beter leert dan wanneer iemand je vertelt dat je het op een bepaalde manier moet doen.” Wat hij zichzelf ook moest aanleren was hoe hij er iets mee kon verdienen. “Je kunt wel ergens alleen in een hokje prachtige gitaren maken, maar je moet ze ook verkopen. Bij de verkoop komen zoveel aspecten kijken. Klantcontact, op beurzen staan, administratie, noem maar op. Er zijn tegenwoordig ook wel gitaarbouwopleidingen, maar de meesten die daar afstuderen en een zaak beginnen die bestaan na een paar jaar vaak niet meer. Ik denk dat het komt omdat er bij dit vak zoveel meer komt kijken dan alleen het kunnen bouwen van goede gitaren.” Hoogspringer Voor Rikkers was het juist deze veelzijdigheid die hem zo aantrok in het beroep van gitaarbouwer. Hij zat eind jaren zeventig op de Academie Lichamelijke Opvoeding, “Maar tijdens de stages dacht ik: mijn héle leven lang voor de klas staan, dat gaat hem niet worden. Dat is te eenzijdig.” “Daarna moest ik twee jaar in dienst en toen ik daar uitkwam, heb ik me een half jaar lang op de piano gestort om uiteindelijk naar het conservatorium te kunnen. Elke dag zat ik zes uur per dag binnen te oefenen. Maar na die zes maanden kwam ik erachter dat ik dan net als bij die sportopleiding weer helemaal verkokerd met één ding bezig was. En dat trek ik niet.” “Nu ben ik naast alle bezigheden die komen kijken bij het runnen van een zaak, elke dag met groot plezier bezig met instrumentenbouw, maar ook met sport.” Rikkers werkt twee à drie keer per week als hoogspring-trainer bij Groningen Atletiek en als regiotrainer met de beste hoogspring-talenten van het noorden. Zelf is hij negen keer Nederlands jeugdkampioen geweest en op oudere leeftijd nog twee keer kampioen bij de zogeheten Masters. Kleermakers Vanaf 1994 werkt Rikkers samen met gitaarbouwer Jacco Stuitje, die het vak heeft geleerd van Rikkers. De rolverdeling is sindsdien dat Rikkers de basgitaren bouwt en Stuitje de andere gitaren. Als een klant een gitaar wil, dan worden zijn of haar wensen uitgebreid besproken. Iets wat wel een halve dag kan duren. Als blijkt dat iemand toch niet duidelijk weet wat hij wil, dan wordt hij naar huis gestuurd met de opdracht om eerst meer onderzoek te doen naar wat voor type klank hij verlangt. “Als iemand alleen maar een vaag idee heeft, dan is het te veel een gok of het eindresultaat bij de klant zal passen. In tegensteling tot de grote merken zijn wij net kleermakers, wij maken alles op maat.” Zo jong als de elektrische gitaar nog maar is – sinds begin 20e eeuw – zo traditioneel voelt het ambacht bij Rikkers. Je kunt de houtkrullen ruiken. Hij legt uit dat er soms op de duizendste millimeter nauwkeurig gewerkt moet worden en hij vrijwel alles zelf doet. Ook de elektronica en het spuitwerk. En natuurlijk het ontwerpen. “Daar kan ik veel gevoel in kwijt en daar leg ik dan ook echt mijn hart en ziel in.”

Auteur

Redactie