Hein van de Water over de vele gezichten van glas

Groningen

Sinds Hein van de Water ruim 30 jaar geleden zijn eerste glas-in-lood-ruitje restaureerde, ontwikkelde hij zich tot glasrestaurator, glaskunstenaar en vermaard glasspecialist. “Zelfs op vakantie ga ik glas kijken.”

Door Arjen J. Zijlstra

“Kijk eens hoe mooi de zon valt door mijn rode raam”, zegt Hein van de Water (62) tegen het einde van het interview. Het raam hangt zo’n 4 meter boven de glasblaasoven. Aan de andere kant van de werkplaats hangt op dezelfde hoogte een blauw gekleurd venster met daarop gebrandschilderde golven. “Vuur en water, dat heb ik allebei in me zitten.” Misschien dat daarom deze 2 elementen ook de kop opsteken in Van de Waters loopbaan. Hij werkte achtereenvolgens als schipper, eendenkooiker en smid, totdat hij zijn roeping vond in het werken met glas. Het is een vak dat vele uren vraagt om er bedreven in te worden. ”Maar belangrijker is inzet en intensiteit. Het trucje, het technische dingetje dat kun je jezelf eigen maken. Maar je moet ook jezelf er totaal in verdiepen. Je zag net dat ik een stukje soldeerde bij dat glas-in-loodraam. Ik voel dan die tin er tussenin kruipen en weet precies wat daar gebeurt. Ik word zelf bijna die tin.” “Deze toewijding daar leef ik een beetje voor. Ik heb daarom ook nooit het gevoel dat ik op vakantie moet. Ik ga wel op vakantie, maar dan ga ik naar Venetië. En wat doe ik daar? Glas kijken. In Tsjechië? Glas kijken. In Amerika? Ook glas kijken.”

Neon

Nadat hij zelf eens een glas-in-loodraam restaureerde, kreeg hij langzaam maar zeker de smaak te pakken. Hij hielp een ervaren restaurator af en toe mee en begon uiteindelijk zelfstandig zijn diensten aan te bieden. “Ik ben begonnen met wat kleine klusjes, zoals een paar raampjes bij de Drie Uiltjes. Mijn eerste grote project was het restaureren van de ramen bij de Jozefkerk in 1985.” “Daarna deed ik de ene kerk na de andere. Ik kwam toen tot de ontdekking: mijn werk is alleen maar goed als niemand kan zien dat ik het heb gedaan. Dan is het perfect. Dat is restaureren. Maar op een gegeven moment wilde ik ook wel dingen maken waarvan mensen konden zien dat ik er geweest was. Daarna ben ik veel met kunstenaars en lichtarchitecten gaan werken, en heb veel neonverlichting en lampen gemaakt.” Maar er is niet een volwaardige opleiding voor mensen die willen leren glasblazen of zich willen bekwamen in glasrestauratie. Van de Water groeide uit tot de glasspecialist die hij vandaag is door simpelweg elke kans aan te grijpen om zijn kunde te kunnen vergroten. Zo leerde hij veel van de restaurator van de Jozefkerk. En regelde hij bijvoorbeeld dat hij in een glaswerkplaats in Tsjechië de fijne kneepjes van het glasslijpen kon leren.

Glazen bakstenen

Inmiddels geeft hij al jaren zelf cursussen in verschillende Europese landen en weten veel mensen uit het werkveld hem te vinden als het gaat om ingewikkelde glaskwesties. Zo is hij adviseur bij onder meer Philips, Osram en de TU Delft. “In Delft is een team bezig een brug te maken die volledig uit glas bestaat. Dat heeft niets te maken met glas-in-lood of brandschilderen. Maar bij zo’n experimenteel project adviseren over materiaalkeuze en dergelijke, vind ik echt heel erg leuk.” De glaswerkplaats van waaruit hij werkt heet Sio2 (afkorting van siliciumdioxide, het hoofdbestanddeel in glas). Hij startte dit bedrijf in 1985. En sinds de jaren '90 is zijn partner Jakobine von Dömming hier ook bij betrokken. Samen en individueel hebben ze talloze projecten gedaan. Van gebrandschilderd glas (zoals op dit moment bij de uitgebrande St. Clemenskerk in Ameland) tot glazen ‘bakstenen’. Voor een architect die geen ramen wil maar wel licht.

Vervlogen

Van de Water werkt ook als kunstenaar. In zijn kunst hoeft hij niet dienstbaar te zijn aan andermans wensen, wat bij het restauratiewerk wel het geval is. Ook is hij in de rol van kunstenaar veel meer emotioneel betrokken bij wat hij maakt. “Wat er bij mij enorm inhakte, was een oorlogsmonument dat ik samen met Els Otten en Jakobine maakte. Dat was ter nagedachtenis aan de gedeporteerde joden die langs het station van Bad Nieuweschans kwamen. Toen ik hier het glas stond te slijpen, ging almaar door mijn hoofd dat het niet te bevatten is hoe die 102.000 mensen zijn vermoord.” Het monument dat voor het station van Bad Nieuweschans staat, is een zuil van roestkleurig staal met in het midden een massief stuk glas. “Bij dat station stond de trein altijd stil omdat het personeel en de locomotief werden gewisseld. Dus alle mensen die daarin zaten hadden even de hoop dat de deur misschien open zou gaan. Het monument verbeeldt dat je door zo’n kiertje kijkt vanuit zo’n wagon. Bovenin het glas zit een klein vogeltje, maar dat vogeltje is er niet echt, het is uitgespaard in het glas. Net zoals de hoop van die mensen: die was er ook niet echt.” Dienstbaar en eigengereid, ambachtelijk en vernieuwend, vuur en water... Deze tegenstellingen lopen hand in hand in Van de Waters werk. In een hoek van de werkplaats hangt een uitvergrote vingerafdruk van glas die van de Water van een van zijn vingers maakte. “Als je goed kijkt is elke vingerafdruk als een doolhof - een levenslabyrint - met meestal 1 ingang. Maar deze van mij hier heeft er 2.”

Auteur

Marc Jansen