FC Groningen mist balans

GRONINGEN

De ontbrekende schakel op het middenveld, zo werd Ruben Yttergard Jenssen genoemd bij zijn presentatie begin juni. De Noor is een goede speler, maar ook hij zorgt niet voor balans.

Door Wim Masker

Sinds het vertrek van Tjaronn Chery worstelt FC Groningen met de bezetting van het middenveld. De clubleiding dacht in de winter van 2015 met het aantrekken van Albert Rusnák alvast de opvolger van Chery in huis te hebben gehaald, maar hij is een ander type. Ook de momenteel geblesseerde Jesper Drost is geen nummer 10. Journalisten die hem bij PEC Zwolle wekelijks aan het werk zagen, beamen dat. Drost is een diepgaande middenvelder met oog voor de ruimtes. Hij is geen speler die aanvallers met steekpasses of via individuele acties in scoringspositie zet. Ook Jenssen is geen Chery, maar hij kan wel – net als Simon Tibbling – aanvallers van goede passes voorzien. Als je geen echt goede ‘10’ hebt, kun je beter zonder spelen. Met een pure aanvaller op de 10-positie reduceert trainer Ernest Faber zijn middenveld in feite tot 2 spelers. Tegen Sparta waren dat Jenssen en Tom Hiariej. De 2 werden geregeld overlopen, al moet gezegd dat de geconcentreerd spelende Hiariej nog vrij veel ballen veroverde.

Echte middenvelders

De vraag is of FC Groningen niet beter met drie echte middenvelders kan spelen. Met Tibbling en Jenssen als rechts- en linkshalf. En daarachter Tom Hiariej of desnoods Etienne Reijnen, die in het verleden ook veelvuldig als verdedigende middenvelder heeft gespeeld. Net als Jenssen heeft Tibbling meer opbouwende dan puur verdedigende kwaliteiten. Als hangende buitenspeler, hoofdcontroleur of nummer 10 verzuipt de talentvolle jonge Zweed.

Asymmetrische aanval

Faber heeft in Mimoun Mahi, Oussama Idrissi en Bryan Linssen drie goede, gedreven vleugelspelers. ‘Gevoed’ door Jenssen en Tibbling moeten zij in staat zijn om de centrumspits meer in scoringspositie te brengen. Ook kunnen ze zelf meer scoren. Nederlandse ploegen vallen vaak symmetrisch aan, met een rechtsbuiten, een spits en een linksbuiten. In de laatste fase van een aanval is de bezetting in het strafschopgebied dan vaak ondermaats. Te vaak nog staat de spits van FC Groningen geïsoleerd. Aangezien er maar 1 bal in het spel is, zou 1 van de 2 vleugelspelers consequenter als tweede spits moeten fungeren. Mahi heeft van de buitenspelers nog het meest de eigenschappen van een spits. De 22-jarige Hagenaar is groot en sterk, en kan met beide benen schieten. Hij is meer linkerspits dan linksbuiten. Moraal van het verhaal: je kunt 4-3-3 ook met 2 spitsen spelen. Een ‘10’ heb je dan niet nodig.

Auteur

Marc Jansen