Buitenspel | Wet van de grote getallen

Groningen

[caption id="attachment_52811" align="alignright" width="120"] Wim Masker.[/caption]

Sinds maart telt Nederland 17 miljoen inwoners. Nog geen 10 % daarvan woont in het Noorden. Dat zien we terug in het aantal profclubs – slechts 4 van de 38 komen uit het Noorden – en in nationale jeugdselecties, die doorgaans maar 1 of 2 noorderlingen bevatten. Minder inwoners betekent nu eenmaal minder talent: de wet van de grote getallen. In 1974 deed het Nederlands elftal voor het eerst op een titeltoernooi van zich spreken. Oranje werd tweede op het WK, speelde het mooiste voetbal en leverde in Johan Cruijff de beste speler van het toernooi. Pelé was er niet meer bij, Maradona was 14, Zidane ging nog naar de crèche en de ouders van Messi moesten elkaar nog ontmoeten. De Oranjeprestaties van 1974 zijn nooit op hun juiste, unieke waarde geschat. Ze werden een standaard die nadien nooit meer is gehaald, ook niet door de dezelfde hoofdrolspelers tijdens het EK voetbal twee jaar later. Toch heeft Oranje ook na 1974 nog fraaie successen geboekt. Tweede plaatsen op de WK’s van 1978 en 2010, een knappe derde plaats in 2014, het Europees kampioenschap in 1988. Tussen perioden van bloei heeft Oranje altijd perioden van droogte gekend. We zitten nu weer in zo’n periode. Creatieve toptalenten zijn er even niet. Ondertussen hebben grote landen als Frankrijk, Spanje en Duitsland zich op opleidingsgebied sterk ontwikkeld. In Nederland is het besef gegroeid dat we daar steken hebben laten vallen. Maar hoezeer we ons ook verbeteren, tegenover elk Nederlands talent staan vijf Duitse en vier Franse talenten, die ook nog eens veel beter worden opgeleid dan in het verleden. Incidenteel zal Oranje nog wel eens de top halen, maar structureel is dat onmogelijk. Het is niet anders.

Wim Masker


Auteur

Marc Jansen