Buitenspel | Geboortemaandeffect op Corpus

Groningen

[caption id="attachment_52811" align="alignright" width="120"] Wim Masker.[/caption]

Jongetjes geboren in de eerste 3 maanden van het jaar maken een grotere kans op een carrière als profvoetballer dan jaargenoten die in het laatste kwartaal zijn geboren. De oorzaak: ze zijn meestal groter en sterker, en vallen daardoor meer op bij de jeugdscouts van profclubs. Een groot onderzoek leverde op dat in jeugdselecties sprake is van een gemiddelde verdeling van 40-30-20-10 over de 4 kwartalen van een jaar. Waarbij 40 staat voor het percentage jongens geboren in het eerste kwartaal en 10 voor jongens geboren in de laatste 3 maanden. Dit verschijnsel staat bekend als het geboortemaandeffect. Dit effect is al jaren bekend, maar werd in Nederland pas enkele jaren geleden echt onder de aandacht gebracht door inspanningsfysioloog Raymond Verheijen, die het staafde met een onderzoek onder 10.000 jeugdspelers uit de opleidingen van profclubs. FC Groningen houdt al jaren rekening met het geboortemaandeffect. De jeugdspelers van de club zijn gemiddeld jonger en kleiner. Afgelopen seizoen had FC Groningen de jongste jeugdselecties van alle profclubs. Het zou wel eens de verklaring kunnen zijn waarom de club met enkele jeugdelftallen niet langer op het hoogste niveau speelt. Op Corpus lijkt nu sprake van een koerswijziging. Vrijdagmiddag zag ik FC Groningen onder 12 jaar daar na strafschoppen winnen van Be Quick onder 13 jaar. In voorgaande jaren buitte Be Quick in dit soort wedstrijdjes zijn fysieke surplus uit. Maar van fysiek verschil tussen beide ploegen was ditmaal nauwelijks sprake. Een gevalletje geboortemaandeffect. In het nieuwe FC Groningen onder 12 zijn maar liefst 16 van de 18 spelers in de eerste helft van het jaar geboren, en exact de helft in het eerste kwartaal…

Wim Masker


Auteur

Marc Jansen