Buitenspel | Over voorzetten en spitsen

Groningen

[caption id="attachment_52811" align="alignright" width="120"] Wim Masker.[/caption]

Op oude archiefbeelden zie je ze nog wel eens voorbijkomen: prachtige kopgoals na strakke voorzetten van de zijlijn. Kijk je nog eens goed, dan zie je dat vaak houterige backs zich wel heel gemakkelijk laten passeren en dat de spits wel heel erg ruim gedekt wordt. Maar in hun enthousiaste commentaar reppen grootheden van weleer als Jan Cottaar van ‘ssssschitterende’ goals. Tegenwoordig kijken we kritischer naar voetbal dan in de tijd van zwart-witbeelden. Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat voorzetten veel minder effectief zijn dan bijvoorbeeld steekpasses. Is een perfecte voorzet lastig te verdedigen, een perfecte voorzet geven is nog veel lastiger. We leiden nu eenmaal geen trage backs meer op en zelfs een goede voorzet bereikt zelden zijn bestemming als de verdedigende ploeg al in stelling staat. Een voorzet is vooral effectief bij snelle counters, of wanneer hij over kortere afstand wordt gegeven. Ouderwetse flankballen vanaf de zijlijn hebben weinig rendement. Al wekken korte samenvattingen op tv misschien een andere indruk. Daarin krijgen we voornamelijk geslaagde uitvoeringen te zien. In Nederland zweren we nog steeds bij de voorzet en ouderwetse buitenspelers. Vandaar dat we ook nog steeds veel ‘boomstammen’ opleiden. Spitsen als Bas Dost en Luuk de Jong. Maar wanneer goede voorzetten uitblijven, zijn zij van weinig waarde. Dost en De Jong hebben vanuit de Bundesliga en de Premier League dan ook een veilig heenkomen gezocht in zwakkere competities. Daar kunnen ze bij dominante topclubs wél in hun kracht spelen. Maar moderne spitsen zijn het niet. In de eredivisie vind je er wel een paar: Kasper Dolberg, Enes Ünal en Sébastien Haller. Jammer genoeg heeft geen van hen een Nederlands paspoort…

Wim Masker


Auteur

Marc Jansen