Jonn van Schoot: ‘Roliball schept vreugde’

GRONINGEN

Jonn van Schoot geeft les in roliball. Een Chinese racketsport waarbij je niet slaat tegen de bal, maar juist meebeweegt in zijn natuurlijke richting.

Door Arjen J. Zijlstra

Aangekomen op het winderige parkeerterrein bij Kaap Hoorn aan het Hoornsemeer is Jonn van Schoot (58) niet te missen. Zoals hij met zijn rackets sierlijke bewegingen maakt – links en rechts onafhankelijk van elkaar – lijkt hij te dansen. Voor, achter en boven zijn lichaam beschrijven de rackets cirkels in de lucht, terwijl de balletjes aan het blad ‘kleven’. Als roliballer beweegt Van Schoot zijn rackets zoveel mogelijk in ronde vormen. Maar ook later in het gesprek − waarin hij onvermoeid goochelt met ideeën − zijn daar steeds weer de ronde vormen. Zo beweegt de natuur in cirkels: “Vroeger had je Noach waar de waters neder daalden en nu stijgt het water weer, dat is een terugkerende cyclus.” Om even later een lus te beschrijven tussen iemands innerlijk en de buitenwereld: “Op het moment dat je die boom daar waarneemt, zit een stukje van die boom ook in jou.”

Universum

Voor Van Schoot, Nederlands eerste gecertificeerde roliball-instructeur, is het in China ontstane spel niet meer uit zijn leven weg te denken. “De krachten in het universum gaan allemaal in spiralen en ronde bewegingen. En doordat je bij roliball ook die beweging opzoekt, glijd je in die baan waar kracht zit. Dat je deel mag uitmaken van die beweging, schept vreugde bij de natuur, jezelf en je omgeving.” Roliball kent verschillende disciplines. Eén ervan lijkt een beetje op badminton. Met het verschil dat er niet geslagen wordt, maar dat het balletje opgevangen moet worden door naar de bal toe te bewegen. Zodra het balletje contact maakt met het blad wordt het in een soepele, rónde beweging over het net geworpen. Er is hiervoor geen sterke spierspanning nodig zoals bij badminton, maar juist ontspanning.

Verveeld been

In de discipline solo freestyle, die Van Schoot op het parkeerterrein toont, won hij in 2012 een zilveren medaille op een internationaal toernooi in China. Hierbij wordt, zoals bij turnen, een score toegekend aan de oefeningen. “Er wordt gelet op stijl, het ritme op de muziek, bewegingsafloop en of het cirkels zijn.” Over deze vorm van roliball praat hij met de meeste passie, vooral omdat het niet met één maar met twee rackets beoefend wordt. “Toen ik vroeger voetbalde, ontdekte ik na een tijdje dat mijn linkerbeen zich verveelde. Dus ging ik die meer trainen zodat ik tweebenig werd.” Zo probeert Van Schoot altijd te luisteren naar wat zijn lichaam vertelt. “Mensen die roliball beoefen met twee handen geven ook aan dat ze dingen anders doen dan voorheen. Zoals bijvoorbeeld afwassen. En zo zijn er veel meer dingen die je anders, soms efficiënter, aanpakt omdat een groter deel van je lichaam erbij betrokken is.”

Dé natuur?

“Wanneer je vast blijft zitten in vaste patronen, dus niét dingen met twee handen aanpakt, dan ga je jezelf een keer klemzetten. De wereld wordt namelijk vloeibaarder, dus moeten mensen zich ook meer kunnen schikken naar de eigen vloeibaarheid in zichzelf.” “Als je zowel je linkeroog als je rechteroog gebruikt, dan krijg je er diepte bij. Heb je een mannetje en een vrouwtje, dan kun je een kind krijgen. Met twee gelijken werkt dat niet. De natuur is onze leermeester. Maar luisteren we er ook naar?” Op de vraag of het niet juist heel natuurlijk is als twee vrouwen of twee mannen zich goed voelen bij elkaar, moet Van Schoot even nadenken. “Ik hoorde eens een theorie dat je in een vorig leven een ander geslacht kunt hebben gehad, maar dat dit soms niet goed verwerkt wordt. Ik weet het niet precies, er is voor mijn ook nog veel onbekend. Naar mijn idee zie je met twee verschillende ogen meer.” “Het hart kan ons meer vertellen over hoe het werkt dan wie dan ook. ‘Silent’ zit in het woord ‘listen’. Dus om te luisteren moet je stil zijn. Wanneer een mens niet weet hoe te luisteren wie of wat moet je dan geloven? Ik ben geboren met twee handen en daar wil ik dan graag mee spelen.”

Zo binnen, zo buiten

Ook op klimaatverandering heeft Van Schoot zijn eigen visie. “We moeten daar niet zozeer een oplossing voor zoeken, maar een manier vinden om mee te gaan in dat natuurlijke proces. En weten dat die natuur die we buiten onszelf zien ook in onszelf zit.” “Dus als je in jezelf voelt dat je meer nodig hebt, zoals ik merkte dat mijn linkerbeen meer wilde, sla dan die nieuwe weg in. Ik zeg maar zo: als je maar één been gebruikt, dan blijf je rondjes lopen. Dan ben je blind voor iets.” Om meer in contact te komen met ‘de natuur’ is er volgens Van Schoot een zekere fijngevoeligheid nodig, waarbij het denken en voelen steeds meer samenwerken. “En dat vind ik zo leuk aan roliball, dat die samenwerking in het lichaam weer tot stand komt.” Elke eerste zondag van de maand is er een roliball-kennismaking in de Hortus. Van 13.00 tot 15.00 uur. Info: www.roliball.nl.

Auteur

Marc Jansen