Erwin van der Helm richt vizier op Tokio 2020

GRONINGEN

Hij was al ruim een decennium gestopt met wedstrijdsport. Maar vorig jaar begon het weer te ‘kriebelen’. Zozeer zelfs dat de 39-jarige vechtsporter Erwin van der Helm het vizier nu richt op de Olympische Spelen van 2020.

Door Marc Jansen

Erwin van der Helm oogt fit, scherp, afgetraind. „Mijn vetpercentage? 12, nu. Voor wedstrijden kan het nog wel iets omlaag.” Grijnzend: „Maar het is nu ook koud.” De Stadjer heeft de tand des tijds goed doorstaan. Zo ziet het eruit althans. „Ik weet nog heel goed dat ik op mijn achttiende meedeed aan het NK kung fu in Amsterdam”, gaat Erwin terug in de tijd. „Hoewel ik als zwartebander pas ‘s middags aan de beurt was, waren we (een team vechtsporters van Bao Trieu; red.) al vroeg aanwezig. Na het wegen - precies goed - zocht ik mijn tas op, zette de koptelefoon van mijn walkman op en ging slapen. Tot ik gewekt werd: ‘Erwin, je moet!’. Vervolgens: ‘Erwin, andere mat!’. Daarna: ‘Erwin, bitje?’... Ik stapte de mat op, nog enigszins verdwaasd, vocht en werd Nederlands kampioen!”

Demonstratie

Hoe anders is het nu. „Ik geef met mijn bedrijf Van der Helm Trainingen - ik ben van origine fysiotherapeut - bedrijfstrainingen communicatie/ weerbaarheid bij met name zorginstellingen. Vorig jaar werd me naar aanleiding van zo’n training gevraagd een demonstratie te geven. Geen probleem. Wat jongens meegevraagd en hup... aan de bak. Echter, na een paar hoge trappen fluisterde ik: ‘lager’... Hamstring verrekt. Drie maanden eruit.” Hij heeft aan felheid en snelheid ingeboet. Niet zo gek, in aanmerking nemende dat hij niet alleen ouder is geworden maar ook nog eens gestopt was met de wedstrijdsport. „Ik ben op mijn 25ste gestopt omdat ik mijn studie moest afmaken. Bij het vechten was alles altijd perfect geregeld, maar ik kon de huur er niet van betalen...”

Helmsport

Erwin was dus gestopt met de wedstrijdsport maar niet met (vecht)sporten. Integendeel. Naast Van der Helm Trainingen, begon hij namelijk ook nog een sportschool. „Het is inmiddels officieel een sportvereniging: Helmsport.” Lachend: „Ik ben niet langer de baas. Dat is de voorzitter van het bestuur. Ik ben hoofdtrainer.” Helmsport telt inmiddels honderd leden, die wekelijks vechtsportles/ -training krijgen. Aanvankelijk in de buitenlucht, sinds geruime tijd in een kelder in de Vechtstraat. Die ruimte, gefaciliteerd door Erwin van der Helm, is echter te klein geworden. Reden voor Erwin te verhuizen naar een loods bij Vakgarage Veldma aan de Friesestraatweg. „We krijgen er 420 vierkante meter. Die wordt opgedeeld in een ruimte voor Helmsport - voor bijvoorbeeld judo, kickboksen, kung fu, jukuki en zelfverdediging - én een ruimte voor personal trainers. Dit alles onder de naam Athlete Training Facility.”

Point fighting

Erwin van der Helm heeft de laatste vijftien jaar dus niet stilgezeten. Toch was hij enorm verrast, toen hij in 2015 uit het niets een point fighting-toernooi won. „Ik was uitgenodigd (of uitgedaagd) door mijn oude bondscoach Urvin Veyent een wedstrijdtraining mee te doen. Ik zei: dat is goed, maar ik doe niet met de oudjes mee... Vervolgens won ik na die ene training meteen een toernooi. En ook later won ik nog een toernooi. In mijn ogen onbegrijpelijk. Tot mijn oud-trainer Michael van Geene, die me begeleidde, zei: ‘ze hebben geen nieuwe trucjes geleerd’.” „En zo is het. Ik ben weliswaar niet meer zo snel en lenig - daar moet ik écht aan werken - meer als vroeger, maar mijn basis is heel goed. We trainden vroeger 4, 5 keer per week en hadden ieder weekend een wedstrijd. De ene week kung fu, de andere week karate en weer een week later taekwondo of all style. Bovendien heb ik zo veel ervaring - 660 gevechten - dat ik niet meer nerveus raak voor een wedstrijd en daardoor goed in staat ben mijn tegenstander te ‘lezen’. Dat zal ook nodig zijn, want als je niet sneller bent, zul je eerder moeten vertrekken. Dus anticiperen op waar je geraakt kunt worden.”

Geen natuurtalent

Bijkomend voordeel, zegt de oorspronkelijk uit Winsum afkomstige Erwin, is dat hij geen natuurtalent is. „Ik heb wel een sterk lijf en een stalen kin - al is het nooit goed dat van jezelf te ontdekken - maar heb niet overdreven veel talent. Daardoor heb ik goed geleerd hoe ik toch een wedstrijd kan winnen.” Met dank ook aan Earl Blijd. „Toen ik op mijn veertiende voor het eerst Nederlands kampioen werd, mocht ik daarna met de volwassenen mee trainen. Kreeg ik 3 keer per week op mijn sodeflikker... Maar ik leerde wel te dealen met snellere, sterkere tegenstanders.”

Olympische equipe

Sneller en sterker, en zeker jonger, zal zijn concurrentie voor die ene plek in zijn gewichtsklasse in de Olympische equipe ook zijn. Hij laat zich er niet door afschrikken. „Ik ben in verschillende disciplines in totaal 8 keer Nederlands kampioen geweest. Verder ben ik 2 keer Europees kampioen geweest en heb ik op 6 WK’s gestaan; met 2 tweede en 1 derde prijs. Alleen de Olympische Spelen ontbreken... En voor 2020, wanneer de Spelen in Japan zijn, is de sport karate aan het programma toegevoegd. Die kans kan ik gewoon niet laten lopen...” Hoe het traject richting Tokio 2020 er precies uitziet, weet Erwin niet. „Ik bekijk het stap voor stap. Te beginnen met de Noord-Nederlandse kampioenschappen bij Sportcentrum Bruinsma in Stadskanaal op 21 januari. Daar moet ik winnen!” Maar wat als hij niet wint? „Ik wíl winnen, maar vind het niet erg te verliezen. Daarvoor loop ik al te lang mee.”

Auteur

Marc Jansen