Ernest Faber hamert op eerste aanname

GRONINGEN

Na een bleke competitiestart heeft FC Groningen langzamerhand weer kleur op de wangen gekregen. Met hoofdtrainer Ernest Faber blikken we terug op de eerste seizoenshelft.

Door Wim Masker

Het is maandagmiddag 1 augustus. Het officiële gedeelte van de jaarlijkse persdag van FC Groningen is achter de rug. De businessruimte druppelt langzaam leeg. Aan een grote ronde tafel kletst een klein groepje, onder wie de vier trainers en een paar journalisten, nog even na. Met Ernest Faber praten we over zijn eerste periode bij FC Groningen, in de jaren negentig als speler, zijn succesvolle seizoen bij NEC en de positieve verwachtingen die er rondom zijn persoon leven. John Schürer, voorzitter van de supportersvereniging, heeft even daarvoor in een korte toespraak nog de positieve stemming onder de aanhang krachtig verwoord. “Prettig om te horen”, zegt Faber. “Maar als we de eerste drie wedstrijden verliezen, ben ik waarschijnlijk een trainer van niks.”

Geen omslag

Drie wedstrijden later heeft FC Groningen nul punten en staat het onderaan. Die positie neemt de club na negen wedstrijden opnieuw in, nadat er in eigen stadion kansloos met 3-0 van Heerenveen is verloren. Even terug naar John Schürer. “Toen was er wel kritiek over wisselende opstellingen en wissels, maar de stemming rond Faber is nooit echt omgeslagen”, vertelt de supportersvoorman. “Hij komt na afloop geregeld bij ons in het supportershome en als mensen met gefundeerde kritiek komen, gaat hij daar heel goed op in.”

Zoektocht

Bij NEC heeft Faber zijn favoriete compositie en elftal al snel gevonden. Tien van de elf namen zijn wekelijks dezelfde. Alleen rechts voorin wil hij wel eens variëren. Bij FC Groningen duurt het zoeken naar de ideale formatie langer. De selectie is dan ook veel breder dan die in Nijmegen. Faber: “We waren bij de competitiestart ook nog niet compleet. Kasper Larsen en Simon Tibbling waren er nog niet bij vanwege de Olympische Spelen, Samir Memisevic was nog niet speelgerechtigd en Jason Davidson kwam pas later.”

Directer voetbal

Vergeleken met vorig seizoen zijn de resultaten van FC Groningen minder, maar het voetbal spreekt de meeste supporters meer aan. De opbouw is wat directer en het elftal speelt minder breed en terug. Faber: “Ik heb een hekel aan onnodig veel breed en achteruit spelen. Op de training hameren we er ook voortdurend op dat de eerste aanname vooruit moet zijn. Daarmee zet je de hele ploeg in beweging. Kap je de bal terug, dan valt de boel stil.” Sinds hij hoofdtrainer is, staat de selectie langer en vaker op het veld. “Dat kan best zolang je spelers maar niet overbelast. Wij trainen veel op technisch-tactische vaardigheden.” Krachttraining vindt Faber ook belangrijk, maar dan vooral van de zogenoemde core stability, de rompstabiliteit. “Het atletisch vermogen van onze spelers moet omhoog, zeker in het huidige moderne voetbal.”

‘Magisch vierkant’

Net als bij NEC laat Faber FC Groningen met twee controlerende middenvelders spelen. “Samen met de twee centrale verdedigers vormen zij het verdedigende blok, om dat blok heen zie ik graag veel bewegingsdynamiek. De vleugelverdedigers kunnen dan diep staan. Als onze buitenspelers naar binnen trekken, ontstaat er ruimte voor loopacties van de backs. Toen ik net als trainer begon, redeneerde ik dat de ploeg bij balverlies compact moest gaan staan en bij balbezit de ruimtes groot moest maken. Daar ben ik van teruggekomen. Ook in balbezit blijven we compact spelen. Raak je de bal kwijt, sta je meteen weer goed om hem te heroveren.”

Zesde zintuig

Faber vindt het belangrijk dat hij zijn spelers een vaste spelstructuur kan bieden, maar wil ze ook vrijheid geven. En dan met name de aanvallers. “Het is goed als ons spel herkenbaar is, maar het moet niet voorspelbaar worden. Daarom is het van belang dat onze spelers ook onverwachte dingen doen. Ik vraag wel altijd van ze dat ze goed voorbereid zijn op hun acties. Zowel in balbezit als bij balverlies. Wat doe ik als ik de bal krijg? Wat moet ik doen als we de bal kwijtraken? Als je een betere speler wilt worden, moet je vooruitdenken in oplossingen. Spelers moeten situaties leren herkennen en hun gevoel voor spelinzicht verder verbeteren. Ze moeten als het ware een zesde zintuig zien te ontwikkelen.”

Vier landstitels

In zijn tijd als eredivisiespeler (1990-2003) waren de selecties gemiddeld ouder en was er veel minder verloop. Jonge spelers leerden niet alleen van hun trainers, maar zeker ook van ervaren medespelers. “Ik heb als jonge verdediger veel geleerd van een trainer als Huub Stevens, een oud-verdediger en oud-international. Maar ook van een medespeler als Ivar Nielsen. Hij was veel ouder dan ik en veelvoudig Deens international. ‘Ik leer je wel verdedigen’, zei hij. Een ideale leerschool.” Faber speelde zelf op topniveau. Werd met PSV vier keer landskampioen, haalde Oranje en speelde in de Champions League. “Op dat niveau is iedereen snel en sterk. Het tempo ligt hoger dan in de competitie, je krijgt amper tijd om na te denken. Dan heb je het vooruitdenken in oplossingen nodig en komt je zesde zintuig helemaal van pas.”

Compositie

Om een betere voetballer te worden is bewust en hard trainen en een gezonde levensstijl noodzakelijk. Om een elftal sterker te maken is behalve de ontwikkeling van individuele spelers ook het vinden van de ideale elftalcompositie belangrijk. Wie past het best bij wie? Na de nederlaag tegen Heerenveen schakelde FC Groningen over naar een systeem met twee spitsen en vier middenvelders. Simon Tibbling en Albert Rusnák bezetten sindsdien de zijkanten van het middenveld, maar bij balbezit hebben ze de vrijheid om naar het centrum te bewegen om zo ruimte te maken voor loopacties van Hans Hateboer en Yoëll van Nieff. “Ik vind spelen met twee spitsen wel bij FC Groningen passen, in het verleden was de club daar ook erg succesvol mee. Ik herinner me nog de periode met Hennie Meijer en René Eijkelkamp en later Milko Djurovski. We spelen nu eigenlijk met veel meer aanvallers dan de twee spitsen. Alleen het blok van vier is veelal controlerend, de andere spelers denken aanvallend!”

Transferwindow

Wie goed traint, krijgt bij Faber altijd de kans om na een verloren basisplaats in het elftal terug te keren, zo heeft het afgelopen half jaar geleerd. FC Groningen heeft echter een grote selectie van 23 spelers. Sommige spelers staan verder van een basisplaats af dan een ander. Faber kan zich dan ook voorstellen dat enkele spelers willen vertrekken. “Tot dusver heb ik geen klagen over de trainingsinzet van de spelers. Maar ze moeten wel bij zichzelf te rade gaan of ze bereid zijn om hard te blijven trainen, als ze ook straks niet meteen de kans krijgen. Is dat niet het geval, krijgen we een probleem. En dat moet je zien te voorkomen.”

Auteur

Marc Jansen