Matty de Vries: kunstenaar in full color

GRONINGEN

Of Matty de Vries nou schildert, schrijft, illustreert, zingt, een workshop geeft of een typetje neerzet: alle kleuren stralen erin door.

Door Arjen J. Zijlstra

“Mensen vragen weleens waarom ik zoveel kleuren draag. Maar ik denk dan: waarom kleden zoveel mensen zich zo donker? Het dragen van kleur is voor mij van levensbelang.” Maar Matty de Vries (57), die in het Friese Twijzelerheide opgroeide, was niet van kinds af aan in regenboogkleuren gehuld. “Het was pas tijdens mijn studie aan Academie Minerva dat ik überhaupt kleur ging dragen. Daarvoor droeg ik hooguit blauw of grijs. Ik heb heel lang kleur niet kunnen zien.” “Vooraf aan de kunstacademie deed ik een tekencursus. Toen moest ik voor het eerst met kleur werken. Maar ik durfde dat niet. In de kleine wereld waarin ik was opgegroeid bestond kleur niet. Dus ik wist niet hoe dat moest.”

Kleurexplosie

“Het leven in mijn jeugd speelde zich af binnen vaststaande patronen. Er was geen tv, geen telefoon, geen auto en er waren geen boeken. Eén keer per jaar gingen we naar Leeuwarden voor nieuwe schoenen. Dat was ons uitje.” “En er werd nooit gepraat. Daardoor sloot ik me op in een soort binnenwereld. Maar of daar wel kleuren waren? Ook niet nee, want ik wist niet dat het bestond. Alles was zwart-wit. Er was nergens kleur.” “Maar tijdens die tekenlessen was er op een bepaald moment een explosie van kleur. Bof! En kon ik kleuren zien. Nu kan ik niet meer zonder.”

Gevoelig

“Achteraf ben ik gaan begrijpen dat ik een heel gevoelig mens ben. Waar ik opgroeide was hiervoor geen ruimte. Soms is het nog steeds lastig. Maar als kunstenaar heb ik die gevoeligheid ook nodig.” “Ik ga niet zitten en een vaas natekenen, maar een beeld doemt op. Een docent portrettekenen zei eens: jij tekent de ziel van iemand. Want ik zie niet alleen de buitenkant, maar ook wat er binnenin iemand leeft.” Die gevoeligheid is ook nuttig bij het werk dat ze in opdracht maakt. De Vries toont de vele brochures, flyers, lesmaterialen, geboortekaartjes, rouwkaarten en visitekaartjes die ze heeft vormgegeven. “Ik moet hierbij goed invoelen. Bij een visitekaartje bijvoorbeeld moet je in iemands huid kruipen eigenlijk. Je moet binnen die 5,5 bij 8,5 centimeter iemands smoel laten zien.”

Andantina

“Maar ook als ik een typetje speel – vaak samen met John Reinders – voel ik goed aan wat voor publiek het is en hoever je met hen kunt gaan.” Zo gevarieerd als dit publiek is − bij scholen, bedrijven, serviceclubs… – zo uiteenlopend zijn ook haar typetjes. Van Jannie van Dam, die een lezing houdt over niets tot Andantina Crescendissima, die kinderen iets over muziek probeert bij te brengen.” ”Of het karakter tante Pien, die besloot te ontsnappen uit mijn tweede kinderboek Van kinderen hou ik niet zo. Toen moest ik opeens een vorm voor haar vinden in het echte leven. Tja, hoe gek kan het worden?” “Die malligheid zit dus ook in mij. Maar ik heb ook rust en eenvoud nodig om te kunnen creëren. Zeker als ik schilder. En schilderen blijft mijn basis. Gelukkig heb ik ondanks de omgeving waarin ik opgroeide eenvoud als iets positiefs leren zien. Ik associeer het nu met schoonheid en stilte. Zo heb ik iets negatiefs omgevormd tot iets positiefs.”

Peru

Eenvoud trof De Vries ook in de Peruaanse Andes. In de drie keer dat ze er naartoe ging, deed ze vrijwilligerswerk met straatkinderen. Waarbij ze op een zeker moment op een creatieve manier iets met het thema hoop wilde doen. “Maar hoop bleek te groot voor ze. Dat heb ik teruggebracht naar de vraag: waar droom je van? Dat schreven of tekenden ze dan in droomboekjes die ik had gemaakt.” Vergelijkbare droomboekjes waren later terug te vinden in 25 door haar gemaakte altaarkastjes, die ze beschilderde en vulde met zes voorwerpen. Die symbool stonden voor de thema’s: geloof, hoop, liefde, twijfel, angst en haat. “Sommige mensen vroegen bij een tentoonstelling: waarom maakt u zo’n kastje? Dan antwoordde ik: waarom kóópt u zo’n kastje? Zo kreeg je een interessant gesprek.”

Wiegeliedjes

Werken met kinderen is iets wat de Vries ook nu nog doet. Zoals soms in poëzieworkshops op basisscholen. “Het is heel bijzonder waar kinderen dan mee komen. Vaak wordt er ook gehuild. In een wereld vol snelle beelden geeft zo’n workshop ruimte om stil te worden vanbinnen.” “Op scholen in Friesland vraag ik in welke taal ze spelen. Als dat Fries is dan nodig ik ze uit om ook in die taal te schrijven. Zelf heb ik lang een haat-liefde verhouding gehad met Fries. Maar toen ik eens een gedicht wilde schrijven waarin ik het had over mijn ouders aan de keukentafel, lukte dat niet in het Nederlands.” “Blijkbaar raakt je moedertaal een diepere gevoelslaag, net als wiegeliedjes. Die liedjes gaan nergens over, maar ze overleven de eeuwen. In mijn kunst probeer ik ook die laag te raken.” Website: www.mattydevries.nl.

Auteur

Marc Jansen