Tineke Waslander: ‘Ik moet zorgen’

GRONINGEN

Als een moeder vocht Tineke Waslander voor uitgeprocedeerde asielzoekers. De laatste jaren verzorgt ze vooral moederloze kittens. “Toen we laatst kerstpresentjes aanboden aan de bed-bad- en- broodvoorziening, wilde ik er niet bij zijn. Anders duik ik er weer in.”

Door Arjen J. Zijlstra

“Niemand is veilig voor mij”, zegt Waslander, gevolgd door een schaterlach. “Laatst collecteerde ik voor de dierenambulance. Dan loop ik door Lewenborg en spreek ik bekenden aan en mensen met een hond. Zo raakte ik in gesprek met een vrouw die zei dat ze vroeger soms de neiging had voor me weg te duiken. Zij dacht dan: wat wil Tineke nú wéér van mij.” “Dan had ik weer iets nodig of vroeg ik haar of ze Nederlandse les wilde geven aan een van onze asielzoekers. Ik heb zo hartelijk gelachen toen ze me dit vertelde. Ik snap dat ook wel, dat sommige mensen denken: o nee, daar heb je haar weer. Maar zolang het niet voor mezelf is, heb ik er geen problemen mee hulp te vragen.” Waslander vertelt dat iets voor een ander doen in haar genen zit. Ook haar moeder was sociaal bewogen en haar oma deed het nodige in de oorlog. Dus toen in 2002 een uitgeprocedeerde Syrische met drie kinderen bij haar aanbelde met de vraag voor onderdak, kwam ze meteen in actie. “Op zo’n moment denk ik niet na.”

Kraken

“Zij was de zus van een krantenbezorger met wie ik weleens een praatje maakte. Hij zat inmiddels in Duitsland, maar tipte haar dat ze eens bij mij zou moeten aanbellen. Ik krijg nog kippenvel van die blik in haar ogen.” Waslander wist te regelen dat het gezin die nacht kon logeren ergens in Lewenborg. En via een kennis kreeg ze het voor elkaar dat het gezin een dag later een sloopwoning van Nijestee kon betrekken. Alleen Nijestee, die pas achteraf op de hoogte werd gesteld, was niet gecharmeerd van deze kraak en wilde het gezin eruit zetten. “Maar wij hadden al media ingeschakeld. Dus toen de politie aankwam en al die televisiewagens zag, vertrokken ze weer. We mochten toen nog drie weken blijven.” Ze vond andere woonruimte voor het gezin. En donaties, aangezien ze nergens recht op hadden. In de jaren die volgden zou Waslander, en een team dat uitgroeide tot vijftien vrijwilligers, nog tachtig andere uitgeprocedeerden helpen. “Op een stuk of twee na mochten ze uiteindelijk allemaal blijven.”

Rekken

“Op een bepaalde manier was het ook een geweldig tijd. We kregen alles voor elkaar. We probeerden overal warme contacten te onderhouden, van directeuren van woningbouwverenigingen tot medewerkers bij de IND. Ons doel was zolang mogelijk de boel te rekken. Tegelijk voerden we actie en probeerden we de politiek te bewegen tot een generaal pardon.” “Ik wil niet zeggen dat ik eraan verslaafd raakte. Maar als ik naar een verjaardag ging, dan keek ik wel rond: naast wie zal ik zitten, bij wie valt wat te halen? Ik had ook altijd flyers bij me. Of ik mijn kinderen en kleinkinderen in deze tijd te kort heb gedaan, dat denk ik niet. Ze zijn natuurlijk ook wel trots. Toen ik voor dit werk een lintje kreeg opgespeld, zag ik ze stralen.”

Beheersen

In 2007 werd het zwaar bevochten generaal pardon ingevoerd. “Eerlijk gezegd kan ik me niet eens herinneren wat ik voelde toen ik dat nieuws hoorde. Heel veel dingen weet ik niet meer. Ik kon dat werk alleen doen als ik het niet te veel liet binnenkomen.” Terugkijkend vindt Waslander dat ze een soort moederrol vervulde. Ze probeerde woonruimte, voedsel, kleding en “vooral geld” te regelen zodat niemand op straat terecht kwam. “Maar ik moest ook vaak streng zijn. Ik heb alleen maar zonen, dus ik weet wel hoe dat werkt, haha.” “We hebben bijvoorbeeld heel vaak mensen moeten verhuizen. Dan liep ik daar als een politieagent rond hoor. Sommigen hadden dan ’s ochtends alles al ingepakt. Maar er waren soms ook enkelen die nog helemaal niks hadden ingepakt. Nou, dan moest ik me wel beheersen. Na zo’n dag kon ik even geen asielzoeker meer zien.”

Zorgen

Na deze intensieve jaren richtte Waslander zich meer op dieren. “Sindsdien heb ik via het asiel regelmatig een zwangere moederpoes in huis. En in ieder geval één keer per jaar een nestje moederloze kittens. Als dan ’s nachts voor de tweede keer de wekker gaat, omdat de kittens hun flesje moeten krijgen, is dat weleens zwaar. Maar het geeft mij zoveel voldoening. Ik moet zorgen.” “Boven ligt nu een zwangere poes. Toen ze daarover belden had ik net het huis vol kerstpakketten. Bedoeld voor minderbedeelden in Lewenborg. De pakketten die in een slaapkamer stonden heb ik toen hier gestald, zodat die poes toch kon komen.” Ook de bewoners van het voormalige Formule-1- hotel kregen een kerstpresentje. “Daar is nu een bed-bad- en-broodvoorziening, zolang de gemeente het nog financiert. Voor die 290 mensen daar en vijf gezinnen, hadden we een tasje met lekkernijen. In samenwerking met de Damsterboordkerk en dankzij de inzet van vele anderen konden we dat aanbieden. Maar daar wilde ik niet bij zijn. Anders duik ik er weer in. Dan zie ik die ellende en moet ik wat doen.”

Auteur

Marc Jansen