Roel Boomstra: ‘Mijn hele leven is dammen’

GRONINGEN

Roel Boomstra (23) werd in 2016 wereldkampioen dammen. De weg naar deze top liep over pieken en dalen. “Ik had een crisis nodig om alles weer vanaf de grond op te kunnen bouwen – zoals ik het zelf wilde.”

Door Arjen J. Zijlstra

“Ik werd in mijn jonge tienerjaren inderdaad vaak ‘wonderkind’ genoemd. Ik heb nog steeds een probleem met die term. Het klinkt daardoor net alsof ik op een dag wakker werd en goed kon dammen. Maar ik heb er zovéél uren in gestopt.” “In latere jaren hoorde ik vaker dat ik ‘Neerlands hoop in bange dagen’ was. Dat vond ik ook niet zo fijn. Als ik dan als 16-jarige tegen volwassenen speelde, presteerde ik uitstekend. Maar op jeugdtoernooien verloor ik vaak op heel domme wijze, vanwege die hoge verwachtingen.” Met hulp van een sportpsycholoog leerde Boomstra omgaan met die druk. “Het probleem was vooral dat ik enorm perfectionistisch was. Op zich is dat een goede eigenschap voor een topsporter. Alleen op het moment dat ik een slechte zet deed, kreeg ik dat van mezelf enorm te horen. Dat kostte te veel energie.”

Trainen, trainen, trainen

“Ik ga nog steeds naar hem toe. Alleen al het feit dat ik zo perfectionistisch bleek, was een enorme eye-opener.” Maar ondanks deze blikverruiming kwam het voor Boomstra alsnog totaal onverwachts toen hij in augustus 2012 nergens meer puf voor had. Zelfs niet voor dammen. “Ik was altijd aan het trainen, trainen, trainen. Daarnaast studeerde ik natuurkunde en ik speelde uiteraard veel toernooien. Opeens werd het me te veel. Hoeveel rust ik ook nam, ik voelde me waardeloos.” “Ik heb toen bijna een half jaar niks gedaan. Ik dacht in het begin nog vaak: deze week voel ik me slecht, maar komende maandag ga ik weer aan de slag. Pas toen ik dat idee los kon laten, begon ik te herstellen.”

Opbouwen

“Achteraf gezien had ik deze crisis nodig om alles weer vanaf de grond op te bouwen – zoals ik het zelf wilde. Zo was er bijvoorbeeld een nationale training voor subtoppers waar ik regelmatig aan deelnam. Die training was niet per se nuttig voor mij, maar ik was er om de groep wat te stimuleren. Die deelname is een concreet iets wat ik heb geschrapt.” “Toen kreeg ik te horen van de technisch directeur van de dambond: ‘Je kan helemaal niet overtraind zijn, want dat heb ik nog nooit gehoord van een dammer’. Gelukkig heeft de bondscoach me wel meteen gesteund. Daardoor is onze relatie een stuk beter geworden.”

Dammoeder

“Ja, dat is dezelfde coach die ons bij een trainingsweekend eens om vier uur van bed lichtte om te dammen. Dat kon ik wel waarderen hoor. Het was wel nodig dat er in de Nederlandse damsport meer een topsportmentaliteit kwam. Dus het creëren van een zekere hardheid is wel goed.” Maar Boomstra bedoelt met hardheid niet dat je almaar op je kop krijgt. “Ik had jaren terug een coach waarbij het voelde alsof ik alleen maar dingen fout kon doen. Toen heb ik gevraagd om gecoacht te worden door topdamster Nina Hoekman. Zij werd mijn dammoeder.” “Als ze teleurgesteld was na een wedstrijd liet ze dat niet merken. Het enige wat zij deed was wat eten geven, gesneden komkommer. Dat soort kleine dingen maakt het bijzonder. Helaas is zij veel te vroeg overleden. Maar al haar lessen zullen me bijblijven, zij is een deel van het succes.”

Wereldkampioen

Dat succes bereikte zijn hoogtepunt toen Boomstra afgelopen december wereldkampioen werd. In een tweekamp, over twaalf wedstrijden, versloeg hij de 18-jarige Jan Groenendijk met grote overmacht. “Jan is misschien nog wel een beter dan ik op zijn leeftijd was. Maar ik heb vijf jaar meer ervaring.” In aanloop naar deze titelstrijd verschenen beide dammers veelvuldig samen in verschillende media om het dammen te promoten als ‘coole’ sport. “Ik kon daarin heel erg mezelf zijn. Ik straalde uit dat dammen serieuze topsport is en Jan had meer de boodschap: ik ben een heel leuke jongen en ik doe ook aan dammen. Een leuke combinatie was dat.”

Open

Nadat Boomstra’s jongensdroom was uitgekomen, schoof het duo aan bij de Wereld Draait Door. Een programma waar doorgaans maar al te graag topprestaties – een wéreldkampioen! − gevierd worden. Behalve die avond. “Het was sowieso mooi dat we er zaten en het dus over dammen ging. Alleen de aandacht ging inderdaad vooral naar de verliezer. Daar had ik het wel een beetje moeilijk mee. Maar voor mij is dergelijke aandacht ook een verplicht nummer. Ik wil vooral waardering van mijn collega’s.” “We zijn nu een paar weken na die overwinning en ik heb tijd gehad om over alles na te denken. Wat ik wel merk is dat mijn hele leven dammen is. Ik weet niet wat ik daarvan vind. Als ik word uitgenodigd voor een feestje, is het ook wel makkelijk om te zeggen: nee, ik ben bezig met dammen.” “Alles ligt nu weer helemaal open, dat is een heel fijn gevoel. Zelfs de keuze om niet meer te dammen, zou goed te verklaren zijn. Maar daarvoor vind ik deze sport nog véél te leuk!”

Auteur

Marc Jansen