Buitenspel | Onderscheidend voetbal

Groningen

[caption id="attachment_67794" align="alignright" width="120"] Wim Masker.[/caption]

Sinds FC Groningen met twee spitsen speelt zijn de resultaten sterk verbeterd. Dat kan misschien niet los worden gezien van de ervaringen van hoofdtrainer Ernest Faber als speler. Faber groeide als talent van PSV op met 4-4-2. Toen hij eind jaren tachtig als tiener aan de deur klopte van het eerste elftal, hadden de Eindhovenaren net de voorloper van de Champions League gewonnen. Met de briljante Braziliaan Romario en de kopsterke Wim Kieft als succesvolle spitsen. Eind vorige eeuw had de Brabantse topclub in de Belg Luc Nilis en Ruud van Nistelrooy nog een formidabel spitsenduo. Faber vertelde onlangs in deze krant dat hij zich uit zijn begintijd als prof herinnerde dat ook FC Groningen succesvol was met spitsenkoppels als Hennie Meijer en René Eijkelkamp, en daarna Meijer met Milko Djurovski. Jongere supporters bewaren fijne herinneringen aan het spitsenduo Erik Nevland-Glen Salmon, en daarna Nevland met Luis Suarez. Dit seizoen blijkt Mimoun Mahi goed te functioneren naast Tom van Weert, Danny Hoesen of Alexander Sørloth. Uit opleidingsoogpunt is er veel voor te zeggen dat FC Groningen blijvend inzet op een speelwijze met twee spitsen. De regio heeft altijd goede middenvelders voortgebracht. In de bovenbouw van de opleiding barst het momenteel zelfs van de talentvolle middenvelders. Echte vleugelspitsen lopen er daarentegen zelden rond op Corpus. De meeste linksbuitens zijn rechtsbenig en doelgericht, en veel meer spits dan vleugelspeler. De rechtsbuitens op Corpus zijn vaak meer lopers dan dribbelaars en hebben ruimte nodig. Met andere woorden: 4-4-2 past veel beter bij wat de regio doorgaans aan specifiek talent voortbrengt. Voor een club die voortaan zijn talent op één wil zetten, zou dat een factor van belang moeten zijn.

Wim Masker


Auteur

Marc Jansen