Annemarie van der Vegt: pastor voor de straat

GRONINGEN

Annemarie van der Vegt biedt als pastor voor dak- en thuislozen een luisterend oor aan Stadjers die op straat leven. Ook verzorgt ze de zondagsvieringen in dagopvang De Open Hof. “Ik ben gespecialiseerd in de adempauze.”

Door Arjen J. Zijlstra

“Wat mensen concreet kunnen hebben aan gesprekken met mij als geestelijk verzorger? Het lastige van dit werk is dat het lang niet altijd concreet ís. Als pastor of geestelijk verzorger ben je veel meer dan een hulpverlener bezig op het vlak van aandacht voor elk individueel verhaal. Los van protocollen en doelstellingen. Je luistert naar een verhaal dat gehoord wil worden. Dat vereist een andere kwaliteit van aandacht dan wanneer je aan iemands problemen werkt. Als mensen spreken over de impact van hun problemen gaat dat veelal in beeldtaal. Het kan zijn dat ik een gesprek heb gehad met iemand en denk: goh wat bijzonder, wat een mooie verhalen. Maar dan kan achteraf blijken dat voor diegene een oogopslag of de pauze die je even laat vallen, veel belangrijker was in dat gesprek. Diegene voelde zich even gezien.

Adempauze

Het vertellen van het verhaal is als het ware de zondag. En al die andere dagen zijn je werkdagen, die heb je ook nodig. Daarom heb je wel je hulpverleners, trajectbegeleiders, en reclasseringsambtenaren nodig. Er moet ook gewoon gewerkt worden. Er moet iets aan je problemen gebeuren wil je je staande kunnen houden in als dakloze. Maar dat is niet mijn werkveld. Ik ben van die adempauze. Bij een goede hulpverlener speelt dat natuurlijk ook een rol. Maar ik ben echt gespecialiseerd in de adempauze.Dan zitten we om tafel. Dat kan hier in de huiskamer van de Open Hof zijn of bijvoorbeeld ’s ochtends in de nachtopvang in het Eemshuis. Kopje koffie erbij, boterhammen eventueel. Dan heb je het over: wie ben je nu, waar sta je nu, wat wil je graag?

Klein wereldje

Zelfs als iemand mij dan iets vertelt waarvan later blijkt dat het feitelijk onjuist is, dan was dat blijkbaar op dat moment belangrijk om te vertellen.Dan vraag ik me af: interessant, waarom heeft diegene dat nodig? Zonder dat ik meteen het gevoel heb dat diegene me belazerd heeft. Dat mijn werk zo weinig concreet is, is ook weleens lastig, want soms ligt de oplossing heel dichtbij. Stel iemand is zijn ID-kaart en pinpasje kwijt, maar hij heeft wel geld op de bank. Alleen hij kan niet aan de bank bewijzen dat hij het is omdat hij dus ook geen ID-bewijs heeft. Doordat hij geen geld heeft kan hij ook de nachtopvang niet betalen. Dan denk ik op zo’n moment wel: kon ik hem nou maar even het bedrag lenen voor een nieuwe ID-kaart. Maar het is zo’n klein wereldje, dus binnen de kortste keren zou iedereen dan bij me aankloppen.

Bolletje kaas

Naast mijn werk als geestelijk verzorger hebik ook als taak dat ik de zondagse vieringen in de kapel van De Open Hof organiseer en coördineer. Vaak ben ik zelf voorganger, maar we hebben ook vrijwilligers die voorgaan. De Open Hof draait voor het overgrote deel op vrijwilligers. Zij vormen de ruggengraat. De viering heeft een kerkelijk format,ingedikt tot drie kwartier. Ook hebben we een avondmaal. Alleen nemen we niet een stukje brood en een slokje wijn. Maar een bolletje kaas en een kop koffie of thee. Sommigen zullen alleen komen omdat ze honger hebben en zin hebben in een bolletje kaas en een boterham na de viering. Dat is een legitieme reden. Helemaal prima. Anderen hebben wel even die sfeer nodig, waarin ze geraakt kunnen worden door teksten of iets anders.

Gedenkwand

Er is in de viering de gelegenheid om te bidden voor iemand en om voor diegene een kaarsje aan te steken. We hebben een herdenkingswand met allemaal gekleurde, doorzichtige plaatjes waarop een naam en een sterfdatum staat. Allemaal mensen van de straat. Achter elk plaatje kan een kaarsje branden. Vaak staat er wel iemand op om een kaarsje achter een van die plaatjes aan te steken. De mensen die hier komen hebben vaak geen sterk sociaal netwerk. Ze komen soms niet eens op de begrafenis van hun ouders, of ze zijn zelfs niet op de hoogte van het overlijden van ouders of broers en zussen.

Shagje

Zelf hebben ze ook vaak een heel eenzame begrafenis. Ze hebben alleen nog elkaar. Zij gedenken elkaar. Dan zijn het de mensen van de straat die daar voor hen zijn om hen te gedenken. Ze hebben met elkaar dingen beleefd en elkaar gesterkt. Dat gaat vaak in een klein gebaar: hier neem een shagje. Dat is iets kleins, maar het is voor hen een groot gebaar van medemenselijkheid. In mijn werk zijn het kleine dingetjes die net even het verschil kunnen maken. Ik niet de illusie dat ik de wereld verander vanuit deze functie. Maar ik hoop in elk geval dat ik mijn werk met liefde doe, of nee: daar vertrouw ik op…”

Auteur

Marc Jansen