Stadsdichter Lilian Zielstra kijkt overal

GRONINGEN

Lilian Zielstra (25) mag de komende 2 jaar als stadsdichter de dichtkunst onder zoveel mogelijk Stadjers verspreiden. Een functie die haar achter vele en uiteenlopende deuren laat kijken. “Mensen vertellen me nu alles.”

Door Arjen J. Zijlstra

“Wat ik doe als tijdens mijn stadsdichterschap de Derde Wereldoorlog uitbreekt? Haha, weet je dat ik daar toevallig serieus over heb nagedacht. Wat nou als er oorlog komt met Rusland, zou ik daar dan iets over zeggen? Je wilt jezelf graag vleien met dat idee, maar ik denk dat ik in het echt gewoon een vrolijk gedicht over de Vismarkt zou schrijven.” “Ik sta er een beetje dubbel in. In mijn eerste stadsgedicht geef ik wel een mening, namelijk dat het niet goed is wat de NAM aan het doen is. Maar tegelijkertijd weet je ook wel dat het een mening is die breed gedeeld wordt. Ik zou niet zo snel erg politiek gevoelige gedichten schrijven. Daar krijg je gewoon trammelant mee en daar heb ik geen zin in. Ik durf dat ook niet.”

Eenzame uitvaart

Wat Zielstra wel durfde was dat eerste stadsgedicht voordragen voor 4000 mensen tijdens de grote fakkeloptocht tegen de gasboringen. Ze was toen slechts een week stadsdichter. “Ik was tot ieders verbazing helemaal niet zenuwachtig. Het is spannender om iets voor te dragen voor een klein groepje, of zelfs 1 persoon, dan voor zo’n grote massa.” Sinds ze werd verkozen (uit 20 aanmeldingen) tot stadsdichter, stromen de verzoeken om ergens een gedicht voor te dragen binnen. “Je kan het zo gek niet verzinnen, van festivals tot barbecues. Het ene moment sta ik tussen een groep maatpakken, het andere moment draag ik ergens in een boerderijschuur een gedicht voor.” Echter, de basisopdracht die een stadsdichter heeft is het schrijven van 6 gedichten per jaar. En als er iemand in de stad overlijdt die geen familie of vrienden heeft, dan is het haar taak daar een gedicht voor te dragen. “Ik hoop natuurlijk niet dat er iemand doodgaat, maar het lijkt me wel echt heel bijzonder en eervol om daar bij te zijn.” Als Zielstra aan het einde van het gesprek haar voicemail beluistert, klinkt dan ook een gefluisterd ‘yes...’ als ze hoort dat ze waarschijnlijk haar eerste zogeheten eenzame uitvaart gaat meemaken.

Dichten met Oma

De jury prees onder andere Zielstra’s ‘heldere, toegankelijke poëzie met onverwachte wendingen’. En was ook enthousiast over het project dat ze als stadsdichter wil starten: Dichten met Oma. Een poëzietour waarbij Groningse dichters samen met senioren gedichten voordragen. En eventueel ter plekke gedichten schrijven naar aanleiding van hun levensverhalen. “Het idee is dat we naar plekken gaan waar veel senioren zijn, zoals verzorgingstehuizen en dat daar gekozen kan worden uit 2 opties. Er kan een soort open podium ontstaan van dichters van allerlei leeftijden bij elkaar. Of ze kunnen kiezen dat er dichters komen die gezellig in gesprek gaan met mensen. En dat ze dan on the spot daar een gedicht over schrijven dat daarna wordt voorgedragen.”

Verder kijken

“Het is een leeftijdsgroep met veel verhalen en anekdotes. Voordat ik aan mijn studie Nederlands begon, heb ik een half jaar in een verzorgingstehuis gewerkt. Die drang om wat mee te geven en te vertellen is heel groot merkte ik daar. Sommige verhalen, bijvoorbeeld over de oorlog, daar kun je je als jong iemand helemaal niks bij voorstellen. Dat is iets wat je alleen op televisie ziet. Toen dacht ik al vaak: iemand zou dit moeten opschrijven. Het werk daar heeft me geleerd verder te kijken dan alleen mijn eigen leefwereld. Voorbij het vwo-klasje of mensen van de studie Nederlands.” Nu als stadsdichter kan Zielstra haar blik nog meer verruimen. “Het mooie aan het stadsdichterschap is dat als ik ergens binnenloop en zeg ik ben stadsdichter en ik wil misschien wel een gedicht over jouw hotel schrijven of over de redactie bij de Gezinsbode, dat mensen je dan gewoon alles vertellen. Dat je op zoveel plekken mag meekijken, is wat het stadsdichterschap uiteindelijk zo mooi maakt.”

Baan

Toen Zielstra in september afstudeerde had ze niet verwacht dat haar eerste baan (5000 euro per jaar plus inkomsten uit opdrachten) die van stadsdichter zou zijn. “Ik heb wel een tijdje gebaald toen ik na mijn studie Nederlands steeds werd afgewezen bij sollicitaties. Ik ben tijdens mijn studie RUG-huisdichter geweest, en heb veel andere nevenactiviteiten gedaan zoals het doceren van een cursus korte verhalen schrijven. Maar ik vermoed dat werkgevers bij het zien van mijn geboortejaar steeds afhaakten.” “Toen ik stadsdichter werd, was ik enorm blij dat ik kon doen wat ik het liefste doe: schrijven en met zoveel mogelijk uiteenlopende mensen en leefwerelden in aanraking komen. En het is natuurlijk ook wel strelend voor je ego dat ze je uitkiezen.” “Ik ben opgegroeid in Nieuwe Pekela. En ik vind het ook fijn dat ik met dit stadsdichterschap laat zien dat er mensen uit Pekela komen die niet aan het negatieve stereotype beantwoorden. Daarom is het ook een frustratiepuntje dat vaak geschreven wordt dat ik ben opgegroeid in Stadskanaal. Maar dat klopt niet: mijn wortels liggen in Pekela!”

Auteur

Marc Jansen