Arno Bakker: toeteraar die de kar trekt

GRONINGEN

Arno Bakker alias Hairy Music is sousafonist en trombonist. Daarnaast werkt hij onder andere voor De Oosterpoort, waar hij zijn organisatietalent inzet. “Als iemand op het podium staat te slapen, dan ren ik erop af.”

Door Arjen J. Zijlstra

“Bij de fanfare in Ureterp werd ik als 8-jarige meegenomen naar een kamertje waar allemaal toeters stonden. ‘Kies maar een toeter’, zeiden ze. Ik koos een kleine bariton-tuba omdat ik die er wel mooi vond uitzien. En daarmee was de kous af. Zo simpel is het begonnen.” “Een jaar later duwden ze mij een trombone in mijn handen. ‘Leer nu dit maar spelen, want we komen een trombonist te kort.’ Toen kwam ik echt in de sectie groot-koper, met oude boeren naast me, die nauwelijks hun grote vingers naast elkaar op de ventielen konden krijgen. Dat voelde als het echte werk. Dat was genieten.”

50 keer ‘Cocaine’

Toch vertrok Bakker al na 3 jaren bij de fanfare. Zijn moeder haalde hem er vanaf omdat er zodanig stevig gerookt werd tijdens de repetities dat zoonlief steevast in een blauwe mist moest spelen. Daarna bleef hij zich wel bekwamen in de trombone. Maar in de artistiek niet al te inspirerende omgeving van Drachten waar hij op school zat, en met thuis in Ureterp een ‘doorgebrande pick-up’, was professioneel muzikant worden niet iets wat in hem opkwam. Pas toen als hij 14-jarige een nieuwe muziekleraar kreeg op de middelbare school, sloeg een vonk over. “Ik had daarvoor weleens bij een schoolbandje staan kijken, alleen ik kon helemaal niks met die gasten. Ze speelden 50 keer achterelkaar ‘Cocaine’. Maar die leraar daagde ons uit nieuwe dingen te proberen.”

Postertjes

“Ik herinner me nog dat we dan met een groepje leerlingen een nummer van Dire Straits doorwerkten, die hij had gearrangeerd voor de instrumenten die voorhanden waren. Door zijn enthousiasme heeft hij een kantelpunt veroorzaakt. Ik zag opeens mogelijkheden.” Na die muzikale renaissance in het puberbrein van Bakker, ontstond er zelfs zoveel plezier en vertrouwen dat hij een jazzbandje oprichtte in die middelbareschooltijd. De bezetting bestond uit leerlingen en leraren. “Er moesten natuurlijk ook postertjes gemaakt worden, met een heus bandlogo. Dat regelde ik dan. Ik heb in mijn loopbaan daarna ook altijd op die twee sporen gezeten: het spelen en het organiseren.”

Productieleider

Bij alle bands waarbij Bakker later speelde, was hij de drijvende kracht wat betreft het in de markt zetten van de band. “Ik was meestal degene die de kar trok.” Een talent dat hem ook goed van pas komt bij de zeer uiteenlopende werkzaamheden die hij de laatste jaren voor De Oosterpoort verricht. De laatste jaren is dat vooral als productieleider bij concerten. “Vanaf het moment dat een band zijn handtekening onder een contract heeft gezet, ben ik ervoor verantwoordelijk dat die band en eigenlijk ook het publiek tevreden de deur uitgaat. Ik moet zorgen dat iedereen weet wat er moet gebeuren. Dat de techniek weet wat er gaat komen. Dat de horeca weet wat er aan de hand is. Dat soort dingen. Alle afspraken van de band met de zaal lopen dan via mij.”

Carrousel

“Eisen die een band stelt, kunnen voor anderen heel onredelijk klinken, maar vaak zijn die juist heel bescheiden. Als jij een bepaald merk energydrink wilt in je kleedkamer omdat je je daar goed bij voelt, dan is dat heel redelijk.” “Ik ben nu bijvoorbeeld aan het repeteren met het Noord Nederlands Toneel voor de nieuwe voorstelling ‘Carrousel’. Daar toeren we de komende tijd mee door het land. Dan heb je als artiest overdag geen tijd om naar de supermarkt te gaan, en al helemaal niet om te koken. Je moet dan gewoon goed verzorgd worden. Zo simpel is het. Dat eeuwige verhaal over de verwende artiest die een schaal vol blauwe M&M’s eist, is zwaar overtrokken.”

Jongens Driest

Toen Bakker na zijn middelbareschooltijd naar Groningen trok voor een studie Nederlands, ging een wereld voor hem open. “Hier liepen allemaal creatieve gasten rond, met toetertjes en instrumenten, die aan de meest geweldige dingen werkten.” Hij raakte betrokken bij uiteenlopende muziekprojecten, van gelegenheidsgezelschappen tot theatervoorstellingen met een muzikale inslag. In de jaren die volgden speelde hij in een keur aan bands. Zoals Jammah Tammah. Deze 11-koppige band stond, met zijn cocktail van ska, rock, hip-hop en wereldmuziek, op verschillende grote festivals en gaf concerten in Scandinavië en Spanje. Met jazztrio De Jongens Driest toerde hij zelfs nog verder. Van Zuid-Afrika tot de Russische Wolga lieten de saxofonist, trombonist en sousafonist hun door Klezmer, Balkan, Afro en Latin geïnspireerde jazz horen. Arno Bakker bespeelde hierbij de sousafoon. Een instrument dat hij in de jaren ervoor had leren bespelen.

Toeter!

Hoewel Bakker nog steeds zowel trombone als sousafoon bespeelt, is die laatste haast zijn handelsmerk geworden. In 2014 stond hij met ‘die toeter’ voor 50.000 man op Pinkpop, als onderdeel van Chef’Special. “Dat was prachtig. Die energie van die massa is enorm voelbaar. Maar uiteindelijk vind ik het nog leuker om voor 75 man te staan. Dan sta je voor 75 individuen waarvan je de uitdrukkingen op het gezicht kunt zien.” “Ik heb vaak vrij snel door wat er mist op het podium. Als ik zie dat de gitarist een beetje staat te slapen: dan ren ik er bijvoorbeeld op af. Dan ontstaat er iets. Soms kom ik expres niet gelijktijdig op met de rest van de band, maar kies ik daarvoor mijn eigen moment. Dan pak ik ook meteen het hele podium. Je voelt de zaal dan exploderen: òòòh gróte toeter!”

Auteur

Marc Jansen