Rense Sinkgraven: 'Kunst is levenskracht’

GRONINGEN

Mensen enthousiasmeren voor cultuur en het geschreven woord in het bijzonder, dat is al sinds jaar en dag het vak van Rense Sinkgraven. “Er moet rauwe vitaliteit in.”

Door Arjen J. Zijlstra

“Uno basta gianna nannini laura pausini federico fellini uno basta!...” Zo schreeuw ik op het ritme van de muziek als ik zing met mijn band Uno Basta. Ik noem het dadaïstische punkrock. Als je dan op een literaire avond speelt, zie je mensen denken: wat gebeurt hier in godsnaam.” “En het geluid moet niet te clean zijn, het gaat om levenskracht. Die kracht en energie van mij moet in het werk. Dat geldt ook voor mijn poëzie en beeldende kunst. Er moet rauwe vitaliteit in. Als ik schilder, dan kras en ram ik het erop.” Toch is Sinkgraven geen artistieke wildeman. Daarvoor is de voormalig stadsdichter te veel gehecht aan schoonheid. “Toen ik als puber geraakt werd door de Tractatus van de filosoof Wittgenstein, begreep ik er bijna niks van, maar het voelde alsof het allemaal klopte. Het was een esthetisch volmaakt geheel. Bij alle kunst die mij raakt, heb ik dat gevoel: dat het precies klopt. Als ik zelf creëer, zoek ik ook dat ene punt waarop het helemaal juist voelt.”

Zachte pluim

Ook buiten het artistieke domein ziet Sinkgraven die perfectie. Bijvoorbeeld in een duif. Van zijn 11de tot zijn 21ste probeerde hij als duivenmelker de ultieme atleet te creëren. “Een zachte pluim, krachtige vleugel, mooie kop, dikke hals… daar hou ik van. Je hebt van die duiven, daar word je bijna verliefd op. Of het nou om een gedicht gaat of om een duif, het streven naar iets wat esthetisch mooi is, zat er bij mij altijd wel in.” “De hoofdreden dat ik met de hobby ben gestopt, was omdat ik filosofie ging studeren en vertrok naar Groningen.” “Waar ik ook altijd moeite mee heb gehad is het doden van duiven. Aan het einde van het seizoen wordt er geselecteerd, dan verdwijnt een aantal naar de poelier. Dat vond ik verschrikkelijk. Ik kon zelf geen duif de nek omdraaien, want je houdt ook van ze. ”

Anarchistisch paleisje

“Mijn vader las elke dag voor uit de bijbel. Ik denk dat mijn liefde voor poëzie daaruit voort is gekomen. Maar ik had helemaal niks met het geloof, een achterhaald sprookje. Tegen wil en dank werd ik geconfronteerd met het bijbelse woord.” Sinkgraven zette zich er als puber dan ook enorm tegen af. Zeker nadat hij bevriend raakte met een mysterieuze dorpsgenoot in Smilde. “Hij was net als ik 16 en hij woonde wonderlijk genoeg al op zichzelf. Zijn huis was een soort anarchistisch paleisje vol weirde ideeën en muziek. Er was een chemie tussen ons. Ik weet nog dat ik daar binnenkwam en het boek De Antichrist van Nietzsche zag staan, ik dacht: wóóów.”

Bijzondere jongen

“Die vriendschap bracht een revolutie in mij teweeg. Zo erg dat ik een beetje doorsloeg en dan op feesten stukken uit Nietzsche’s Also sprach Zarathustra voorlas. Daardoor vonden ze me natuurlijk een wat bijzondere jongen. En het trok de meisjes ook niet echt aan.” Zoals Nietzsche zijn nek uitstak, zo vindt Sinkgraven dat de intellectuelen van nu zich ook duidelijk moeten uitspreken. “Waarom gebruiken we onze militaire middelen niet om het Noord-Koreaanse volk te bereiken. Stel je eens voor dat je op een of andere manier een boodschap zou kunnen laten verspreiden zoals bijvoorbeeld: ‘We houden van jullie’. Een beetje flower power. Mij lijkt het zoeken van een opening tot communicatie met de bevolking altijd beter dan een militaristische aanpak.”

Organisator

Na zijn afstuderen organiseerde hij samen met Frans Westra het Vasalis In Memoriam festival, waarbij dichters uit heel Nederland werk van Vasalis voordroegen. Hiermee speelde hij zich in de kijker bij het Kunstencentrum waar hij werd aangenomen om voor hen in een theatertje in De Oosterpoort literaire activiteiten te organiseren. “Uiteindelijk ontstond daar een heel levendig literair milieu, met optredens van schrijvers, workshops en cursussen.” Ondertussen bleef hij zich ontwikkelen als dichter. In 2005 debuteerde hij met de bundel Bombloesem. Niet lang daarna werd hij stadsdichter van Groningen voor een periode van twee jaar.

Naked Lunch

Tegenwoordig is Sinkgraven een bekend gezicht voor wie regelmatig in de Groninger Forum Bibliotheek komt. Sinds 2009 zet hij zich in om daar op verschillende manieren schrijven, lezen en literatuur onder de aandacht te brengen. Onder andere door zijn maandelijkse interviews – onder de titels Naked Lunch en Dichter van Geluk - op de begane grond. De Naked Lunch is een soort mini-zomergasten waarbij hij aan de hand van iemands favoriete boeken, kunst, muziek en films iemand beter probeert te leren kennen. En daarmee indirect mensen hoopt te enthousiasmeren voor cultuur en het geschreven woord. “Soms brengen die interviews me ook terug bij mijn eigen kern: het nodigt me uit om me af te vragen hoe ik zelf tegen bepaalde dingen aankijk.”

De Rijke Buit

In zijn vele contacten met schrijvers en dichters ontdekte Sinkgraven dat verbluffend veel van hen zich ook bezighouden met beeldende kunst. “Samen met een collega die in de bibliotheek de kunst doet, kwam ik op het idee om een veiling voor het goede doel te houden met kunst van schrijvers en dichters: De Rijke Buit.” “Dat doen we nu voor het derde jaar. De expositie in aanloop naar de veiling op 18 mei is ook dit jaar weer op de begane grond. Wat ik het interessante eraan vind is dat het ook een literatuurgeschiedenis is. Het oudste werk is uit 1943 van Louis Lehmann, die hoort bij de surrealistische beweging, en veel jonger werk is van bijvoorbeeld Heleen van Royen.” Er hangt volgens Sinkgraven ook dit jaar weer veel sterke kunst bij. “Ik word geraakt door een werk wanneer ik een soort balans ervaar.” Is dat hetzelfde gevoel als bij een mooie duif? “Ach, houd toch eens op met die duif. Maar het antwoord is… ja!”

Auteur

Marc Jansen