Stadsdichter Lilian Zielstra dicht voor Bevrijdingsfestival

GRONINGEN

Stadsdichter Lilian Zielstra schreef onderstaand gedicht voor Bevrijdingsfestival.

De tong

I. Ik volg elke dag het nieuws, ik ben een betrokken burger. Vaak kijk ik het, om tijd te besparen, tijdens het eten wat erg van Syrië en er moet meer zout op. Daarna kijk ik acht afleveringen van een serie op Netflix.   Ik zie een foto van een kind en een aasgier, denk ik moet nu iets voelen en voel me schuldig. Iemand zegt tegen mij: je mag alles zeggen en ineens weet ik niet meer wat. Er is teveel mogelijk.   Het is als een kies die rot in mijn kaak als ik het met mijn tong aanraak voel ik hoeveel pijn het doet en daarom blijf ik er vanaf.   Vanaf nu kauw ik alleen nog maar met rechts. II. Ik zoek in het woordenboek: wat betekent allochtoon, wat betekent homo, wat betekent vrouw, vraag me af wat er eerder was, het woord of de mens. Iemand zegt tegen mij: zoiets zeg je niet.   De collectanten bellen altijd om etenstijd aan en daarom eet ik later. Ik doe de deur pas open als iemand mijn telefoon belt, ik wil eerst weten met wie ik te maken heb.   Ondertussen staat het journaal van acht uur aan worden er nummers opgenoemd van hoeveel mensen zich hebben bezeerd, hoeveel er vanmorgen nog waren en nu niet meer.   Mijn tong voelt aan de kies en krijgt bevestigd: de pijn zit er nog en hij is erger geworden.

Auteur

Marc Jansen