Buitenspel | De zegen van Jans en Doan

Groningen

[caption id="attachment_67794" align="alignright" width="120"] Wim Masker.[/caption]

De terugkeer van Ron Jans en de komst van het Japanse talent Ritsu Doan hebben zowaar voor een golf van optimisme gezorgd onder de supporters van FC Groningen. Weldadig optimisme moet ik zeggen, want het overdreven negativisme van de laatste tijd begon mij steeds meer tegen te staan. Ik weet het: Groningers staan er niet om bekend dat ze enthousiast uitdrukking geven aan gevoelens van gelukzaligheid. Hebben ze een geweldige middag of avond beleefd, dan laten ze dat doorgaans niet blijken. ‘Kon minder’ of ‘best aardig’, klinkt het dan zuinigjes. Vindt menig Groninger het kennelijk lastig om optimistisch of complimenteus te zijn, bij mindere ervaringen trekt hij zonder enige nuance alle registers open. Vooral in de sport. Een wat mindere wedstrijd is dan al gauw ‘niet om aan te gluren, drie keer niks of tien keer niks’. Nogal wat Groningers zijn naar mijn smaak vaak overdreven hard in hun oordeel. Sommigen zijn onverbeterlijke zwartkijkers en doemdenkers. Wie niet meegaat in hun verregaande pessimisme is volgens hen een wat dommige naïeveling. De zelfbenoemde realist betoont zich echter maar al te vaak een inconsequente pessimist. Een voorbeeld van wat ik geregeld meemaak: komt een jeugdelftal van FC Groningen op sportpark Corpus den Hoorn met 2-0 achter, dan hoor ik dat de wedstrijd beslist is. Maar komt een ploegje met 2-0 voor, dan wordt mij verzekerd dat het nog lang niet gedaan is. Waar komt die niet te stillen Groningse zwartgalligheid vandaan, vraag ik mij geregeld af. Als ik het de vaak niets eens onsympathieke zwartkijker vraag, krijg ik zelden een bevredigend antwoord. Weet u het?

Wim Masker

Meer columns van Wim Masker

Auteur

Marc Jansen