Merit Hondelink: archeoloog in de keuken

GRONINGEN

Merit Hondelink onderzoekt wat Nederlandse stedelingen in de periode 1500-1850 aten. Naast het bestuderen van sporen van voedselbereiding, vanuit de archeologie en geschiedenis, reconstrueert ze ook oude gerechten. Sinds kort kan iedereen meekoken in haar Kookpotcast.

Door Arjen J. Zijlstra

“Waarin een kleine stad groot kan zijn”, zegt Merit Hondelink als ze het archeobotanie-lab laat zien. Een student uit Californië vertelde even daarvoor dat hij op advies van zijn professor speciaal naar Groningen is gekomen omdat dit de place to be is als het gaat om archeobotanie. Iets waarvan Hondelink zich als 17-jarige scholiere in Limburg ook al bewust was. De mogelijkheid om zich te kunnen specialiseren in archeobotanie was voor haar dé reden om archeologie te gaan studeren in Groningen. “Wat archeobotanie inhoudt? In een notendop is het onderzoek naar plantenresten uit archeologische opgravingen. Waar mensen ook leven: ze gaan met planten om. Zowel om gebruiksvoorwerpen te maken, denk aan zoiets als touw, als voor consumptie. Dat laat sporen na in de grond. Als je dat opgraaft, kun je meer te weten komen over hoe mensen vroeger leefden.” Hondelink is gedurende haar studie steeds meer geïnteresseerd geraakt in plantenresten die meer vertellen over wat en hoe mensen eeuwen geleden aten. Die plantenresten bestaan vooral uit zaden en vruchten. Waar er uiteraard heel veel van zijn: van tarwekorrel tot anijszaadje en van koffieboon tot bruine boon…

Microscoop

In het lab waar Hondelink werkt liggen talloze zaden opgeslagen in gelabelde buisjes. Zowel van archeologische opgravingen als uit meer recente tijd. “Als ik iets onderzoek dat bij een opgraving omhoog is gekomen en ik herken het niet dan zoek ik het op in een naslagwerk. Als ik dan denk te weten wat het is dan zoek ik het buisje erbij. Dan kijk ik onder de microscoop of het echt klopt wat ik dacht.” Zoiets alledaags als een peperkorrel kan al snel de fantasie prikkelen van Hondelink, die met haar promotieonderzoek meer te weten wil komen over de culinaire gewoonten van de stedelijke middenklasse tussen 1500 en 1850. “Ik had een keer iets waarvan ik niet zeker wist wat het was, maar ik had het vermoeden dat het weleens een koffieboon kon zijn. Dat was van een opgraving in Vlissingen. Daar is ook handel vanuit de VOC en WIC geweest, dus ik dacht dat dat heel goed zou kunnen. Maar dat bleek uiteindelijk gewoon een slecht geconserveerde, verbrande graankorrel.”

Wereld

“Ik vind de vroegmoderne periode, dus na de middeleeuwen, heel interessant. Als ik naar die periode kijk dan kan materiaal uit de hele wereld komen. Maar op het moment dat ik een keer naar materiaal uit de ijzertijd kijk dan is er een veel kleiner gebied waar materiaal vandaan kan komen. Dan moet ik actief nadenken dat ze nog geen kersen of walnoten konden hebben, want die werden pas geïntroduceerd door de Romeinen.” “Het is ook wel fijn om achter de microscoop te zitten en naar materiaal te kijken. Automatisch maak ik een beeld van hoe dat er vroeger uit zou hebben gezien. In mijn hoofd gaat er dan een wereld open.”

Experimenteel koken

“Ik vind het interessant om juist de middenklasse in de vroegmoderne tijd te onderzoeken omdat er een lacune is in de kennis daarover. Er is veel onderzocht en geschreven over vooral de armste en de rijkste klasse in de vroegmoderne tijd. Er zijn bijvoorbeeld allemaal documenten van het armenhuis bewaard gebleven en over de rijksten en hun banketten is ook veel geschreven. Maar over Jan Modaal is heel weinig bekend.” Voor haar onderzoek maakt ze niet alleen gebruik van archeobotanie en historische bronnen zoals kookboeken, maar past ze ook een speciaal ingrediënt toe: experimenteel koken. “Bij archeobotanie krijg je een hele lijst met plantensoorten die gegeten kunnen zijn, maar dan weet ik niet hoe het gegeten is. En als je kijkt naar historische bronnen, dan krijg je een hele lijst met recepten en ingrediënten, maar ik heb bijvoorbeeld thuis een gigantische stapel kookboeken waaruit ik zelden kook. Dus wat ik me ging afvragen is: hoe kan ik nou archeologie en geschiedenis combineren en die resultaten vergelijken? Toen kwam ik met het idee van experimenteel koken.” “Door zelf recepten uit te proberen kan ik beter verklaren hoe het kan dat bepaalde planten wel in de archeologie worden teruggevonden en andere niet, terwijl ze wel in recepten staan.” Recepten waar vaak geen maten en gewichten genoemd worden en waarin ‘voeg naar smaak toe’ een almaar terugkerend advies is.

Podcast

Hondelink krijgt voor haar onderzoek een onderzoekbeurs. “Een van de voorwaarden van die beurs is dat je ook actief probeert het publiek te betrekken bij je onderzoek. Dat kan door een boek te schrijven voor een breed publiek. Dat ga ik ook doen, maar ik betrek het publiek er ook bij door middel van een podcast. Dat is een audiobestand dat je via een website of iTunes kunt beluisteren.” Ze kwam op het idee voor deze Kookpotcast toen ze toevallig in contact kwam met Amanda Brouwers van PodGront, een Gronings productiehuis voor innovatieve podcasts. In de podcast-serie die ze bedachten wordt elke keer een ander recept uit een oud kookboek bereid. De luisteraar hoort hoe Hondelink samen met een gast het eten maakt, terwijl ze het doorspekt met interessante historische informatie. Wie een Toert van Campernoellien wil maken, of wil luisteren hoe deze gemaakt wordt, óf wil weten wat dit überhaupt is, kan de eerste podcast vinden op iTunes en op de website van PodGront. De tweede aflevering verschijnt in augustus. Tevens kun je hiermee bijdragen aan het experimentele aspect van Hondelinks onderzoek. Ze hoort namelijk erg graag de ervaringen van mensen die hebben meegekookt. Website: podgront.nl.
Meer verhalen van Arjen J. Zijlstra

Auteur

Marc Jansen