Buitenspel | Engelse revolutie

Groningen

[caption id="attachment_67794" align="alignright" width="120"] Wim Masker.[/caption]

Wie aan Engels topvoetbal denkt, denkt aan spectaculair spel uitgevoerd in hoog tempo, prachtig in beeld gebracht vanuit goedgevulde, televisiegenieke stadions. Maar wie aan Engels topvoetbal denkt, gruwelt ook van de extreme koopzucht van de clubs en de obscene spelerssalarissen. De beste voetballers verdienen minstens 200.000 pond. Per week... Nog maar een derde van de spelers in de Premier League heeft een Engels paspoort. Bij een wedstrijd staan er gemiddeld nog geen acht Engelsen aan de aftrap. Van de 22. De enorme toestroom van buitenlanders, ook in de jeugdopleidingen, heeft er mede toe geleid dat de diverse nationale teams van Engeland jaar in jaar uit een modderfiguur slaan op EK’s en WK’s. Tot deze zomer dan. Het Engelse team voor spelers onder 20 jaar werd wereldkampioen, onder 19 werd Europees kampioen, onder 17 verloor na strafschoppen de EK-finale van Spanje en Engeland onder 21 behaalde de halve finale. Kortom het Engelse (jeugd)voetbal heeft zich in korte tijd spectaculair ontwikkeld. De jeugdspelers zijn niet alleen fysiek sterk, maar ook technisch en tactisch hoogbegaafd. Voor het eerst informeren coaches uit andere landen nieuwsgierig naar de sterk verbeterde en innovatieve opleidingsmethoden in Engeland. Het grote aanbod van ‘eigen’ talent weerhoudt de Engelse topclubs er niet van te blijven investeren in buitenlandse jeugdsterren uit alle werelddelen. Ook deze zomer raakten onder meer Ajax en Feyenoord weer enkele toptalenten kwijt aan Albion. Voor de doorontwikkeling van jonge talenten blijft de Premier League echter ongeschikt. Het gevraagde niveau ligt domweg te hoog voor nog onvolgroeide toptalenten. Ervaring moet het gros daarom opdoen in lagere divisies of in andere landen. Zoals in Nederland. Dat kan in Arnhem zijn, in Breda, maar dus ook in Groningen.

Wim Masker

Meer columns van Wim Masker

Auteur

Marc Jansen