Buitenspel | Beloftevolle eredivisie

GRONINGEN

[caption id="attachment_72858" align="alignright" width="120"] Wim Masker Foto: NDC mediagroep[/caption]

Vrijdagavond begint hij weer, de eredivisie. Jaargang 62 opent op Haags kunstgras, met ADO Den Haag – FC Utrecht. Een wedstrijd die ik op een vrijdagavond later in het seizoen vrijwel zeker zou overslaan, maar die me nu met al die nieuwe, mij merendeels onbekende spelers toch wel nieuwsgierig maakt. Zaterdagavond zie ik eerst PSV-AZ en daarna naar Heracles–Ajax. Zondagmiddag kijk ik om 12.30 uur naar PEC-Roda JC en voordat ik naar FC Groningen-Heerenveen ga, pik ik eerst nog een helftje Feyenoord-FC Twente mee. Ook volgende week en de week daarop probeer ik zoveel mogelijk eredivisiewedstrijden te zien, zodat ik in het eerste, competitievrije weekend van september alle tegenstanders van FC Groningen minstens één keer in nieuwe formatie heb gezien. Daarna begint het selectieve kijken en zie ik naast de wedstrijden van de FC doorgaans hooguit twee, drie eredivisiewedstrijden per weekend. Vergeleken met het voetbal in de grote voetballanden zien onze eredivisiewedstrijden er vaak traag en wat onbeholpen uit. Maar vergeleken met veel andere competities, ook in eigen land, is het niveau nog steeds heel behoorlijk. In de toplanden zien ze de eredivisie dan ook nog steeds als een van de interessantste kleinere competities. Niet voor niets is daar deze zomer weer volop gewinkeld. Ajax, Feyenoord en PSV gaan voor het kampioenschap. AZ, Vitesse en FC Utrecht eindigen op gepaste afstand achter hen. FC Twente, FC Groningen en Heerenveen proberen het jagende peloton voor te blijven. Ambitieuze clubs zoals NAC, PEC en Heracles hebben de achtervolging ingezet en benaderen dankzij hun groeiende aanhang de slinkende begrotingen van FC Groningen en Heerenveen. Wanneer beide noordelijke grootmachten niet snel innoveren, worden ze binnenkort door het peloton opgeslokt.

Wim Masker

Meer columns van Wim Masker

Auteur

admin