Buitenspel | Magere jaren

Groningen

Op de middenstip van het Oosterparkstadion spreekt een jonge trainer met Haagse tongval zijn spelersgroep toe.

Hij wijst naar de lege tribunes rondom het veld en vraagt zijn spelers die weer vol te spelen. Het is de zomer van 1977, ruim veertig jaar geleden. FC Groningen heeft het slechtste seizoen uit haar dan nog jonge geschiedenis achter de rug. De trainer luistert naar de naam Theo Verlangen en onder zijn voorganger Jan Notermans is de club op de achtste plaats van de eerste divisie geëindigd. Een prestatie die nadien nooit in negatieve zin is overtroffen. De toeschouwersgemiddelden in die jaren komen maar net boven de vijfduizend uit. Dat het Groningse publiek zijn favorieten bij tegenspoed en wanprestaties massaal kan laten vallen, is dan ook niet alleen van deze tijd. Azing Griever verdedigt in die gitzwarte tijden het doel van FC Groningen, met als dieptepunt 1500 toeschouwers in de thuiswedstrijd tegen Volendam. Maar licht gloort aan de horizon: jonge talenten als Jan van Dijk en Henk Veldmate kloppen steeds nadrukkelijker op de deur van het eerste elftal. Wanneer u Azing voor Radio Noord weer eens bevlogen tekeer hoort gaan over FC Groningen, weet u nu dat het in zijn tijd bepaald niet beter was. Onder Theo Verlangen gaat het elk seizoen iets beter. De Haagse trainer loodst FC Groningen in zes jaar tijd vanuit de middenmoot van de eerste divisie heel geleidelijk naar Europees voetbal in 1983. Sinds dat eerste grote succes heeft FC Groningen telkens vette en magere jaren afgewisseld. Voor de aanhang is het te hopen dat de club nu aan de magere jaren bezig is.

Wim Masker

Meer columns van Wim Masker


Auteur

Albert-Jan Garama