Buitenspel | Klassieke spitsen

Groningen

[caption id="attachment_72858" align="alignright" width="120"] Wim Masker Foto: NDC mediagroep[/caption]

Onlangs bij Feyenoord–Manchester City sneden Sergio Agüero en Gabriel Jesus met groot gemak door de logge defensie van de Rotterdamse landskampioen. De Argentijn Agüero meet 1,73 meter, de Braziliaan Jezus is 2 centimeter langer. In Nederland zouden beide Zuid-Amerikaanse spitsen vrijwel zeker als vleugelspeler zijn opgeleid. Maar gelukkig is onze voetbaldogmatiek ze bespaard gebleven. Kromme gedachte eigenlijk. Wie technisch vaardig, snel en wendbaar is, wordt in Nederland naar de vleugel verbannen. De Nederlandse centrumspits is daarentegen meestal een in kleine ruimtes onhandige slungel. Eentje die geacht wordt balvast en kopsterk te zijn, maar dat zelden is. Bijna wekelijks zie ik dat terug op sportpark Corpus den Hoorn waar jeugdteams van profclubs elkaar bestrijden. Slechts een enkele lange jeugdspits heeft de agressie en kopkracht van Wout Weghorst. In de internationale topcompetities zie je nog maar zelden ouderwetse powerforwards. Begrijpelijk: haal de voorzet eruit en je hebt weinig van de kopspecialisten te vrezen. Moderne topspitsen zijn vaardig, wendbaar en snel, kunnen met beide benen afronden en zijn vaak ook nog in staat om een tegenstander uit te spelen. FC Groningen had vorig seizoen drie ‘klassieke’ spitsen, maar begon pas te draaien toen Ernest Faber zijn vleugelspitsen Bryan Linssen en Mimoun Mahi samen in de spits zette. De twee scoorden aan de lopende band. Het zou te denken hebben kunnen geven. Toch trok FC Groningen deze zomer weer een klassieke spits aan. Lars Veldwijk maakte een goede eerste indruk tegen Granada en Heerenveen, maar heeft daar geen vervolg aan kunnen geven. Ondanks zijn sterke lichaam en lengte mist hij de kop- en duelkracht van genoemde Weghorst. Of is het gewoon pit? Beseft Veldwijk wel hoe goed en waardevol hij kan zijn?

Wim Masker

Meer columns van Wim Masker

Auteur

admin