Buitenspel | Sprookjesvoetbal

Groningen

[caption id="attachment_72858" align="alignright" width="120"] Wim Masker. Foto: NDC mediagroep[/caption]

“Je moet beslist naar ons nieuwe C1 komen kijken. Dat wordt een prachtig ploegje.” De aanbeveling kwam van jeugdcoördinator Martin Koeman, die mij al jaren de verrichtingen van de A- en B-jeugd van FC Groningen had zien volgen. Koeman had niets te veel gezegd. Het eerste FC Groningen C1 was een prachtig ploegje. De linksbenige neefjes Roberto en Angelo Zimmerman konden geweldig voetballen, net als rechtsbuiten Dennis Loer en spits Freddy de Grooth. Maar de beste spelers waren Anton Jongsma, Jordi Hoogstrate en Sergio van Dijk. En de allerbeste was Arjen Robben. FC Groningen C1 won zijn allereerste wedstrijd met 19-1 van GVAV Rapiditas C1. ‘FC Groningen C1 speelt sprookjesvoetbal’ kopte ik 21 jaar geleden. Dat Arjen Robben is uitgegroeid tot de beste Nederlandse voetballer van deze eeuw heeft de Bedumer in de eerste plaats te danken aan zichzelf maar ook aan zijn toenmalige jeugdtrainer Barend Beltman, en aan zijn ouders. Beltman had Robben vier jaar lang onder zijn hoede en liet hem zijn creatieve gang gaan. Dwong het talent niet in een keurslijf, maar liet hem lekker dribbelen. Daagde hem uit dat nog beter te doen als hij zich te veel vastliep. Najaar 2000 interviewde ik vader en zoon Robben voor het landelijke voetbalmaandblad ELF. De 16-jarige aanvaller had grote indruk gemaakt met zijn optredens in Oranje onder 17 jaar. Vandaar het verzoek. Ik liet vader Hans de tekst nog even lezen voordat ik die opstuurde. Prima verhaal, vond Hans. “Maar wil je je voorspelling dat Arjen binnen een jaar in het eerste elftal speelt, afzwakken naar twee jaar? Ik ging akkoord. Nog geen twee maanden later debuteerde Arjen Robben in het eerste elftal van FC Groningen.

Wim Masker

Meer columns van Wim Masker

Auteur

Marc Jansen