Onjuiste voorlichting over ADHD in kinderboeken

GRONINGEN

De informatie over ADHD (Aandachtstekortstoornis met Hyperactiviteit) in kinderboeken is onjuist, achterhaald en onvolledig. Dat blijkt uit onderzoek door studenten aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Het onderzoek werd uitgevoerd door Linda Foget en Caroline van Haeringen. Dit onder leiding van dr. Laura Batstra, verbonden aan de faculteit Gedrags- en Maatschappij Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. Zij onderzochten wat Nederlandse educatieve kinderboeken over ADHD schrijven.

Biomedische visie

In vrijwel alle onderzochte kinderboeken wordt eenzijdig de biomedische visie op ADHD weergeven. Deze visie gaat er vanuit dat ADHD een chronische hersenziekte is, die met medicatie behandeld moet worden. Wetenschappelijke onderzoeken laten echter zien dat er geen verschil is tussen de hersenen van kinderen met of zonder hyperactief gedrag en concentratiemoeilijkheden.

Andere mogelijke oorzaken

In de kinderboeken is geen aandacht voor andere mogelijke oorzaken van ADHD zoals armoede, overbelaste ouders en leerkrachten en de prestatiemaatschappij. “De kinderboeken zetten het kind en zijn hersenen steevast neer als de oorzaak voor de problemen die er zijn”, zegt dr. Laura Batstra. “Zo wordt kinderen met een diagnose ADHD ten onrechte aangepraat dat ze een chronische hersenziekte hebben waar ze pillen voor moeten slikken.” In haar boek ‘ADHD: Macht en Misverstanden’ dat deze week verschijnt, brengt ze alle wijdverbreide en hardnekkige misverstanden over de Aandachtstekortstoornis met Hyperactiviteit in kaart.

Eerlijke voorlichting

De onderzoekers maken zich zorgen over wat het met kinderen doet als ze opgroeien met de onterechte aanname dat ze een hersenziekte hebben. Zij pleiten voor eerlijke voorlichting, niet alleen aan ouders en leerkrachten, maar zeker ook aan kinderen zelf. Het onderzoek naar informatie over ADHD in kinderboeken wordt binnenkort gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift 'Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk'.

Auteur

Marc Jansen