Buitenspel | Die schaatscoach

Groningen

[caption id="attachment_72858" align="alignright" width="120"] Wim Masker. Foto: NDC mediagroep[/caption]

Met een beginnend onderkinnetje neemt Rafaël van der Vaart als 22-jarige afscheid van Ajax. Drie maanden later presenteert hij zich afgetraind op de eerste training van Hamburger SV. Hij beleeft er zijn beste jaren. Het levert hem een transfer op naar Real Madrid. In Spanje loopt de Heemskerker tegen de grenzen van zijn talent aan. Daarna gaat het mis. Na wisselvallige jaren bij Tottenham Hotspur keert Van der Vaart terug bij HSV. Op 29-jarige leeftijd blijkt hij fysiek al niet meer in staat om daar nog een hoofdrol te spelen. Ook bij Betis Sevilla en Midtjylland voldoet de technicus niet meer aan de conditionele normen van het moderne profvoetbal. Hij is domweg niet fit genoeg. Van der Vaart staat symbool voor de gemiddelde Nederlandse profvoetballer. Die wil het liefst parasiteren op zijn talent, niet te veel trainen en er een levensstijl op nahouden die botst met een leven als topsporter. Spelers die de eredivisie verruilen voor het buitenland verhalen zonder uitzondering dat daar tijdens trainingen en wedstrijden veel meer van ze wordt gevraagd. Dat zou onze trainers aan het denken moeten zetten. Maar nee. Alleen ambitieuze trainers met buitenlandervaring, zoals Erik ten Hag, lijken het zelfgenoegzame navelstaren in Nederland te kunnen doorbereken. Of voormalige toppers uit andere takken van sport, zoals onze eigen Gerard Kemkers. Maar de voormalige topschaatser en topschaatscoach stuit op veel weerstand. Zoals van de oerconservatieve opiniemaker Johan Derksen die de manager opleiding van FC Groningen kortzichtig wegzet als ‘die schaatscoach’ die in het voetbalwereldje niets te zoeken heeft. Bizar. Juist mensen zoals Kemkers proberen het ingedutte, behoudende Nederlandse voetbalwereldje wakker te schudden. En mede dankzij ‘die schaatscoach’ volgt FC Groningen in haar opleiding nu het spoor van AZ, gidsclub in Nederland.

Wim Masker

Meer columns van Wim Masker

Auteur

Marc Jansen