Buitenspel | Afscheid van de krabbelaars

Groningen

[caption id="attachment_72858" align="alignright" width="120"] Wim Masker. Foto: NDC mediagroep[/caption]

Vroeger, heel vroeger verheugde ik me al ruim van tevoren op het EK of WK schaatsen. Noren, Zweden, Nederlanders en Russen deden elkaar hevige concurrentie aan. Deze vier landen mochten indertijd elk drie of vier schaatsers afvaardigen; kleinere schaatslanden als Frankrijk, Italië en Oostenrijk maar eentje. Maar goed ook, want hun schaatsers konden er niets van, hun deelname rekte het rittenschema alleen maar nodeloos op. Anno 2017 lijkt het internationale topvoetbal op het schaatsen uit de jaren zeventig en tachtig. Een tiental clubs uit een handvol grote landen maakt de dienst uit. De rest is opvulling. Nog één uitzwaairondje en we nemen afscheid van de krabbelaars uit onder meer Nederland en België. Is dat erg? De Nederlandse chauvinist in mij zegt ja, maar de liefhebber in mij juicht het afvallen toe van clubs die voor het allerhoogste niveau enorm tekortkomen. Vanaf volgend jaar leveren de vier sterkste landen elk rechtstreeks vier clubs aan de groepsfase van de Champions League. De nummers vijf en zes vaardigen elk twee clubs af en de nummers zeven tot en met tien elk één. Blijven er nog acht plaatsen over, waarvan er twee naar de winnaars van de Champions League en Europa League kunnen gaan. De bezetting van de acht groepen wordt daardoor sterker dan ooit en dat maakt de poulefase veel interessanter dan nu. Door de gewijzigde opzet daalt het aantal kampioenen in de groepsfase van de Champions League naar veertien, maximaal vijftien op een totaal van 32 clubs. De naam van het toernooi is daarom hard aan vervanging toe. Lichtpuntje voor de eredivisiekampioen: die komt in de voorronden straks geen kampioen of andere club uit een van de tien toplanden tegen.

Wim Masker

Meer columns van Wim Masker

Auteur

Marc Jansen