Jan Ruerd Oosterhaven speelt met regels

GRONINGEN

Jan Ruerd Oosterhaven werkt als jazz-contrabassist, gitaarbouwer, docent muziekimprovisatie en beeldend kunstenaar. Maar op zijn kaartje staat: interdisciplinary artist. “Ik vind het heel prettig om bij de bron van dingen te blijven.”

Door Arjen J. Zijlstra

“Ik snap wel dat je de associatie hebt met monnikenwerk”, zegt Jan Ruerd Oosterhaven in zijn atelier en gitaarbouwwerkplaats aan het Boterdiep. “Ik werk gemiddeld 65 à 70 uur aan een pentekening. En dat tekenen heeft wel iets meditatiefs, ik geniet van wat er groeit op het papier. Maar ik ben absoluut niet een en al rust tijdens dat proces. Vooral tegen het einde voel ik regelmatig een onrust, dat gevoel van: nu mag het toch echt wel een keer af zijn...” Dat moment heeft Oosterhaven niet zelf voor het uitkiezen. “Het enige wat ik doe is het uitvoeren van regels die ik vooraf heb bedacht. Je kunt die regels vergelijken met het algoritme van een computerprogramma. Enkele regels die ik mezelf heb opgelegd zijn bijvoorbeeld: teken een lijntje horizontaal en een lijntje verticaal; begin die te tekenen in een bepaalde hoek; en als na 4 minuten en 33 seconden een alarmpje afgaat, draai het blad een kwartslag tegen de klok in en teken in de hoek die dan voorligt.” Zo volgt Oosterhaven als een robot een 20-tal eenvoudige regels tot het blad vol is.

Profileren

“Maar het interessante is juist dat je als mens dus niet een robot bent. Het eindresultaat is telkens anders, want het wordt gestuurd door iets menselijks. Als ik honger heb tijdens het tekenen of om een andere reden er niet met mijn gedachten bij ben, dan worden de lijntjes slordiger. Zo zijn er meer invloeden zichtbaar.” De tekeningen zijn dus geen expressieve uitbarstingen van de maker, want hij voert simpelweg regeltjes uit als een computerprogramma. En toch is elke tekening uniek als een vingerafdruk. “Ik denk veel na over hoe we ons als mensen verhouden tot de digitale wereld, en ik zie steeds meer parallellen. Als mensen volgen we net als computers evengoed allerlei regels. Zelfs als we denken dat we helemaal vrij zijn, volgen we onbewust vaak toch allemaal subtiele, ongeschreven regels.” “Tegelijkertijd denk ik dat de mens zich wel duidelijk moet profileren ten opzichte van de digitale wereld. We moeten de mens niet wegcijferen. En onszelf de vraag stellen: wat hebben we als mens toe te voegen?”

Joystick

Oosterhaven onderzoekt deze vraag op verschillende manieren. In zijn kunst, maar ook bij andere bezigheden. “Laatst heb ik bijvoorbeeld een joystick aangesloten op vier led-lampjes en die zo geprogrammeerd dat naarmate je meer naar een bepaalde richting stuurt een van die lampjes feller gaat branden. Daar heb ik onlangs mee geëxperimenteerd tijdens een van mijn lessen improvisatie die ik geef aan het conservatorium. Bij elk lampje zit dan een musicus en degene aan de joystick is de componist. Verder geef ik geen enkele instructie.”. “Muzikaal ontstaat er dan vanzelf iets heel moois. Dit is een heel pril idee, waar ik later mogelijk op wil voortborduren. Maar ik vind het in elk geval goed om opzoek te gaan naar manieren waarop je de krachten kunt bundelen van de menselijke en de digitale wereld. Waardoor je er samen beter uitkomt.”

Bloeien

Toch lijkt het op het eerste gezicht lastig te rijmen: Oosterhavens fascinatie voor kaders en regels enerzijds en zijn liefde voor improvisatie en spelen vanuit het hart anderzijds. “Ik denk dat musici soms meer beperking nodig hebben dan geestverruiming. Want waar moet je naartoe als je helemaal vrij bent? Als je iets afkadert kan er iets heel moois bloeien op dat kader.” “Dan ontstaat er iets wat je niet gepland had. Want ik heb het er juist niet over dat je je moet richten op een bepaald eindresultaat en je aan allemaal strenge regels moet houden om iets te spelen zoals de componist het bedoeld zou hebben of zoals het in een bepaalde jazzstroming hoort. Ik bedoel dat juist in de wisselwerking tussen jou en dat kader je eigenheid maximaal naar voren kan komen.”

Reis

Ook jazzmusici hebben in zekere zin een vaste verzameling algoritmes waarmee ze werken. “Elke jazzmusicus kent zo’n 150 schema’s met melodieën en akkoorden uit het hoofd. Dat zijn jazz-standards. Als ik met iemand optreed, is het vaak zo dat we kort van tevoren bespreken wat we spelen en in welk tempo. Dan is het aftellen, en begint de reis.” Een reis waarvan de route en eindbestemming nooit vastligt. Die hang naar het willen ontdekken komt terug in alle vakgebieden die Oosterhaven beoefent. “Als ik een gitaar bouw vorm ik niet alleen het hout, maar het hout vormt ook mij. De vezels staan een bepaalde kant op en dat bepaalt in welke richting ik schaaf. Juist door niet je wil op te leggen aan het hout ontstaat er iets moois.”

De bron

“Ik hecht aan die ambachtelijke manier van werken. En dat proces wil ik niet versnellen om maar meer winst te maken. Ik vind het namelijk heel prettig om bij de bron van dingen te blijven. Ik maak daarom maximaal twee gitaren per jaar. Die keuze kan ik gelukkig maken omdat ik meerdere dingen naast elkaar doe waar ik geld mee verdien.” “Al die bezigheden hebben hun eigen golflengte. En wanneer die samen resoneren ontstaat er meer diepgang dan wanneer ik me slechts op één ding zou richten. Overigens vind ik dat wat je vol overgave doet niet altijd meteen resultaat hoeft te genereren. Ik doe vooral waar ik heel gelukkig van word. Soms is het nut van wat je doet pas veel later duidelijk.” En dat geldt ook voor zaken die je niet zelf in de hand hebt: “Kijk, ik heb hier een tekening met een grote inktvlek erop omdat ik de inktpot omstootte. Daar zou je vooraf nooit voor kiezen, maar het voegt echt iets toe, dus achteraf bekeken: zeer gewenst.”
Meer verhalen van Arjen J. Zijlstra

Auteur

Marc Jansen