Joost Heyink: ‘Schrijven is een fantastisch vak’

ZUIDWOLDE

Joost Heyink (71) maakte na zijn vijftigste naam als schrijver van jeugdboeken en literaire thrillers. Een carrièrewending die hem verraste. “Je mag als schrijver je fantasie laten gaan en krijgt er nog geld voor ook.”

Door Arjen J. Zijlstra

Joost Heyink werkte 13 jaar als onderzoeker aan de RUG, waar hij zich als psycholoog met verschillende onderzoeksgebieden bezighield. In 1993 promoveerde hij op onderzoek naar de psychosociale gevolgen van levertransplantatie. De wetenschap beviel hem goed, maar toen een contractverlenging uitbleef, besloot hij verder te kijken. Hij begon te onderzoeken of het vak van schrijver iets voor hem was. “Het schrijven kwam niet helemaal uit de lucht vallen. Terugkijkend heb ik het altijd wel leuk gevonden. Ik had in mijn jonge jaren wel liedjes geschreven en cabaretteksten en grappen en grollen in allerlei krantjes. Maar nooit met de gedachte dat ik schrijver wilde worden.” Echter, toen Heyink halverwege jaren negentig begon verhalen in te sturen voor wedstrijden, kroop die gedachte toch voorzichtig zijn hoofd binnen. “Bij een thriller-verhalenwedstrijd van Vrij Nederland bijvoorbeeld, werd ik tweede. Ik begon toen wel te denken: verrek, ik kan het kennelijk een beetje.”

Schrik

Heyink trok de stoute schoenen aan. Hij bundelde enkele verhalen voor volwassenen en stuurde die naar tien uitgeverijen. “De ene na de andere afwijzing kwam binnen, maar één uitgever reageerde positief. Tot mijn grote schrik zeiden ze: jouw stijl is heel geschikt voor een jeugdboek. Als je een jeugdroman wilt schrijven voor lezers tussen de 12 en 15, houden we ons aanbevolen. Dat was eigenlijk mijn eer te na op dat moment. Het was voor volwassenen bedoeld.” “Maar kennelijk was wat ik schreef geschikt voor de jeugd en het was een goede uitgeverij, dus ik bedacht uiteindelijk dat het op zich niet zo gek was. Ik zette de knop om en ging een jeugdboek schrijven. Toen het af was, wilden ze het graag hebben.”

Formule

En de verkoop liep goed. “Dat gold ook voor de boeken daarna. Het boek Loverboy & girl beleefde zelfs een elfde druk. Ik ging ook veel naar middelbare scholen en bibliotheken om daar op te treden. Ik vertelde over mijn boeken en hoe een boek tot stand komt. Het was eigenlijk een soort onemanshow van een uur. Dat was heel leuk om te doen.” “In mijn onderwerpkeuze heb ik nooit rekening gehouden of het goed zou vallen bij leraren van die scholen. Ik stop ook geen boodschap in mijn boeken. Het klinkt heel flauw, maar voor boodschappen moet je naar de Albert Heijn. Ik wilde iets schrijven dat zou scoren bij die kinderen.” “Ik had een soort formule: er moet spanning in zitten, dat vinden jongeren leuk. Er moet humor in zitten, dat vinden jongeren ook leuk. En er moet wat seks in zitten, dat vinden pubers ook leuk. Dus die drie dingen moesten er altijd in.”

Proefverlof

Elf jeugdboeken en talloze praatjes op scholen en in bibliotheken later, was Heyink weer toe aan iets anders. “De thema’s waar je over kunt schrijven zijn op een gegeven moment wel uitgekauwd. Ook het reizen door het land had ik op een gegeven moment wel gezien. Toen dacht ik: laat ik nog één keer proberen voor volwassenen iets te schrijven. Desnoods is er maar een jaar verloren en kan ik weer teruggrijpen op die jeugdboeken.” Dit keer slaagde Heyink er wel in een mooie uitgever (Anthos) geïnteresseerd te krijgen voor een volwassenenboek. Hij schreef de literaire thriller Proefverlof, dat in 2008 uitkwam. Het werd een verkoopsucces en kreeg lovende kritieken. Daarna volgden nog drie literaire thrillers en een satirische wielerroman.

Inhouden

Terugkerende ingrediënten in Heyinks jeugdboeken, zoals spanning en humor, komen ook veel voor in zijn werk voor volwassenen. “Het liefst stop ik een boek helemaal vol met grappen, dus daar moet ik mezelf erg in matigen. Anders zit de lezer zich alleen maar te ergeren. Het is ten slotte geen cabaret. Ik leg nu de laatste hand aan een psychologische roman, daar komt nauwelijks humor in voor omdat het niet past bij het verhaal.” “Overigens vind ik schrijven voor volwassenen makkelijker dan voor jeugd. Ik hoef me niet in te houden voor volwassenen, ik mag mezelf dan als standaard nemen. Maar als ik voor iemand van 14 schrijf moet ik me echt gaan inleven hoe het leven eruitziet als je 14 bent. Dat betekent dat je een aantal dingen nog niet hebt meegemaakt. En je maakt je op die leeftijd zorgen om heel andere dingen. En qua schrijfstijl moet je bijvoorbeeld de zinnen kort houden en bepaalde woorden niet gebruiken.”

Buiten de lijntjes

“Mensen vragen weleens aan mij: waarom schrijf je niet over jezelf, want je hebt toch ook veel interessante dingen beleefd? Maar ik vind dat als ik ga fantaseren het nog veel interessanter wordt. In die zin heb ik als schrijver natuurlijk ook een fantastisch vak: je mag je fantasie laten gaan en krijgt er nog geld voor ook.” “Maar het klopt inderdaad wel dat je indirect wel iets van mij terugvindt in mijn boeken. Mijn voorkeur voor bepaalde humor en bepaalde omgevingen, mijn interesse in de ingewikkeldheid van mensen, mijn sympathie voor mensen die zich niet helemaal binnen de lijntjes begeven.” “Tja, misschien komt dat laatste omdat ik zelf ook geen doorsnee leven achter de rug heb. Ik ben in mijn jeugd heel vaak verhuisd en was geen makkelijke leerling. Ik heb in mijn jonge jaren vele uiteenlopende baantjes gehad en gereisd en gefeest. Pas op mijn 37ste ben ik aan het werk gegaan bij de universiteit. Ik heb altijd gezegd: ik loop tien jaar achter met de rest. Ik ben pas na mijn 50ste gaan schrijven en tegen mijn 60ste had ik voor het eerst succes. Of mijn achtergrond daarin meespeelt, dat is niet te bewijzen. Terugkijkend kan je heel veel verklaren. Maar verklaar maar eens dingen in het vooruitzien, dat is veel lastiger.”
Meer verhalen van Arjen J. Zijlstra

Auteur

Marc Jansen