Buitenspel | Voetbal schreeuwt om meer regelgeving

Groningen

[caption id="attachment_72858" align="alignright" width="120"] Wim Masker. Foto: NDC mediagroep[/caption]

Het idee kwam van Johan Cruyff. Nederlands beste voetballer aller tijden was fel voorstander van de 6+5-regeling voor het inzetten van buitenlandse spelers. Specifieker: minimaal zes basisspelers zouden in eigen land moeten zijn geboren en maximaal vijf in het buitenland. Achterliggende gedachte: clubs zouden noodgedwongen meer aandacht moeten geven aan hun opleiding, wat ten goede zou komen van de voetbalsport in zijn geheel. Het voorstel kreeg nooit voet aan de grond. De Europese voetbalbond UEFA wil er niet aan om omdat het in strijd is met Europees recht, althans waar het landen binnen het zogenoemde Schengenakkoord betreft. De topclubs uit de grote voetballanden zijn er ook niet voor te porren. Zij willen de allerbeste spelers en die zijn nu eenmaal vaak niet in eigen land te vinden. Zou het voorstel van Cruyff afgelopen weekend van kracht zijn geweest, hadden de opstellingen van alle Engelse, Duitse en Spaanse topclubs er heel anders uitgezien. In de opstelling van Bayern München, in feite de enige echte Duitse topclub, was slechts plaats voor vier Duitsers. In de startformatie van Barcelona waren eveneens slechts vier spelers uit eigen land opgenomen, in die van de grote rivaal Real Madrid slechts drie en in die van Reals stadsgenoot Atletico maar twee! Bij de topclubs in de Engelse Premier League zien we een vergelijkbaar beeld. Niet een van de zes topclubs nam ten minste zes Engelsen in zijn basiselftal op. Nu transferbedragen en spelerssalarissen obscene hoogten hebben bereikt en de kleinere competities langzaam maar zeker ten gronde worden gericht, wordt het de hoogste tijd dat ‘Brussel’ ingrijpt. Zoals dat ook gebeurt in andere bedrijfstakken. De superrijke voetbalclubs blijken nu eenmaal niet tot zelfregulering in staat.

Wim Masker

Meer columns van Wim Masker

Auteur

Marc Jansen