Buitenspel | Hans Nijland-moe

Groningen

[caption id="attachment_52811" align="alignright" width="120"] Wim Masker.[/caption]

Jan Mennega noemde Hans Nijland ‘het beste wat FC Groningen is overkomen’. Een mooi compliment van een kritische journalist bij diens afscheid van zijn dagblad. Onder de bezielende leiding van Nijland beleeft de Trots van het Noorden de beste en meest stabiele periode in de clubgeschiedenis. In de laatste twaalf jaar eindigde FC Groningen elf keer bij de eerste acht. En dat zonder grote schulden te maken. Een prestatie van formaat. Maar nu de neergang lijkt ingezet, is Nijland bij veel supporters de gebeten hond. Dat heeft een geschiedenis. Het publiek is een beetje Hans Nijland-moe. De verwijten? Trainers brengen al jaren niet het beloofde spektakel. Aankopen voldoen vaak niet aan te hoog opgeschroefde verwachtingen. De beste spelers worden meteen verkocht. Aangekochte ‘pareltjes’ van 18, 19 jaar hebben meer tijd nodig dan aan publiek geduld beschikbaar is. Mogelijke ‘buitenkansjes’ komen meestal niet, of ze verdienen achteraf die benaming niet, zoals Nicolò Pozzebon. Een directeur voetbalzaken ontbreekt in de bestuursstructuur van FC Groningen. En dat maakt de algemeen directeur ook voor het voetballen eindverantwoordelijk. Mooi bij voorspoed, minder in tijden van tegenspoed. Zoals nu. Hans Nijland heeft er grote moeite mee dat zijn club voor onbepaalde tijd dreigt te worden teruggeworpen in het rechter rijtje. Voor hemzelf en de club is het daarom beter dat hij zich gaat toeleggen op financiële en commerciële aangelegenheden. Zaken waarvan hij veel verstand heeft. De tijd is rijp om het sportieve beleid in handen te geven van een directeur voetbalzaken en een directeur topsport & talentontwikkeling. In de personen van Ron Jans en ‘luis in de pels’ Gerard Kemkers heeft de club de kandidaten al in huis. Beiden met visie. En even gedreven als Nijland zelf.

Wim Masker

Meer columns van Wim Masker

Auteur

Marc Jansen