Wilma Klaassen: ‘Waar draait het me om?’

GRONINGEN

“Pas als je wezenlijke vragen stelt, kom je bij iemand achter de voordeur”, zegt Wilma Klaassen. Als spreker voor zorgprofessionals, ‘meedenker’ en gespreksleider van Socratische dialogen belicht ze hoe belangrijk dergelijke vragen zijn. Vooral als het op goede zorg aankomt.

Door Arjen J. Zijlstra “’Waar ben je bang voor?’ vroeg een arts. Dat was de enige keer in negentien jaar zorg voor mijn jongste dochter dat iemand mij een fundamentele vraag stelde. Ik was bang voor de toekomst. Ze heeft een verstandelijke beperking, epilepsie en autisme. Zouden we ooit een woonplek kunnen vinden die bij haar past? Die vraag van hem, daar had ik wat aan. Daardoor voelde ik me gezien.” Maar zulke wezenlijke vragen worden zelden gesteld. “Toch is het belangrijk dat daar ruimte voor is in de zorg. Dan pas ontdek je wat iemand nodig heeft. Dit vereist echter vanuit de zorg − naast zelfkennis − een basishouding waarbij je voorbij de protocollen en hokjes kunt kijken naar wat iemand echt nodig heeft. En die houding kun je niet aanleren uit een studieboek. Daarvoor moet je verhalen vanuit de praktijk horen.” Zoals het verhaal over ‘Het meisje met de vlecht’.

Dieper

Naomi, het derde kind van Wilma Klaassen, is dat meisje met de vlecht. Ze woont sinds een jaar naar tevredenheid op woongemeenschap Nieuw Woelwijck in Sappemeer. Dat neemt veel zorgtaken weg van de familie, maar de zorgrelatie blijft uiteraard. Er zijn dan wel geen zorgen meer over het vinden van zoiets als een passende dagbesteding. Of praktischer: “Hoe krijgen we haar ooit zover dat ze mee durft te rijden in een taxibusje.” Maar het verlangen naar het beste voor Naomi blijft onverminderd. “Hetzelfde geldt natuurlijk als je partner, ouders of andere dierbaren zorg nodig hebben. Als ouders informeren bij de begeleiding of de jas van hun kind wel goed dicht wordt geritst, dan kan dat opgevat worden als bemoeizucht. Maar er ligt iets veel diepers onder: is mijn kind bij jullie in veilige handen?”

Goede zorg

Dat belang van het dieper kijken naar wat goede zorg kan zijn, is een van de punten waar Klaassen over spreekt voor zorgprofessionals, beleidsmakers en andere geïnteresseerden. “Het meisje met de vlecht vormt hierbij het startpunt. Vervolgens trek ik dat persoonlijke verhaal breder naar het zorg gerelateerde thema van die dag en naar het grotere verhaal over goede zorg.” “Maar het is niet zo dat ik vertel wat goede zorg is. Dat kan ook niet. De vraag naar wat goede zorg is, is een constant onderzoekende houding van waaruit je als zorgorganisatie werkt. Dat is iets waar je altijd over in gesprek blijft.” Het is een manier van werken waarbij niet voorgeschreven beleid leidend is maar de unieke hulpvraag van de cliënt – die je als persoon moet leren kennen - en die van de directbetrokkenen. “Een heel klein concreet voorbeeld is de vraag of je als zorgbegeleider wel of niet je persoonlijke telefoonnummer kunt geven aan een ouder. Stel dat het beleidsmatig niet mag, dan kan het zo zijn dat in een specifiek geval het toch wenselijk is en die begeleider dat prima kan uitleggen aan zijn team waarom hij dat doet.” Op het podium spreekt Klaassen vanuit haar ervaring als mantelzorger en voormalig verzorgende in de ouderenzorg, maar ook vanuit zowel haar kunde als maatschappelijk werker als haar filosofische interesse. Een vakgebied waarin ze zich de afgelopen jaren in schoolde. “Het onderwerp dat bij een lezing centraal staat, belicht ik vanuit alle perspectieven die mijn ervaring en kennis bieden.” “Als ik spreek breng ik ook naar voren dat iedereen met zorg te maken heeft. Beleidsmakers hebben vaak de neiging om de zorg buiten zichzelf te plaatsen. Maar ook zij zijn patiënt, mantelzorger of ouder. We zijn niet zo verschillend. Alleen elke zorgbehoefte is wel uniek. En om te ontdekken wat die is, moet je wezenlijke vragen stellen. Dan pas kom je bij iemand achter de voordeur.”

Meedenken

Klaassen stapt daarnaast ook letterlijk achter de voordeur. In die functie begeleidt ze mensen die zorgen hebben, maar wie het ontbreekt aan een luisterend oor en iemand die desgewenst meedenkt. “Als je echt middenin de zorg zit, dan heb je vaak geen zicht meer op wat daarbuiten gebeurt. Met mijn kennis van hoe het werkt in de zorgverlening kan ik soms een ander licht schijnen op de situatie. Dat kunnen ook praktische tips zijn. Ik heb hierbij ook veel aan mijn kennis die ik persoonlijk en professioneel heb opgedaan op het gebied van dementie.” “Daarnaast gaat het uiteraard ook over fundamentele vragen die spelen. Vragen over de toekomst en over hoe het straks verder moet. Belangrijk vind ik in dit contact dat ik ook buiten de geplande afspraken bereikbaar en beschikbaar ben. Het is belangrijk dat je niet alleen maar aandacht hebt voor iemand in dat ene uurtje, maar dat je er een lijn in hebt.”

Rode draad

De rode draad die door al de verschillende activiteiten van Klaassen loopt is dat ze helderheid en duiding probeert te geven bij (met name) zorgvraagstukken en daarbij mensen tot denken wil aanzetten. Dat geldt ook in haar rol als gespreksleider bij zogeheten Socratische dialogen. “Ik doe dat in kleine groepen. Eén iemand in de groep draagt aan de hand van een concrete ervaring een vraag aan die we vervolgens via een vraag en antwoord-methode uitdiepen. De hele groep is erbij betrokken. Vaak levert het voor zowel de persoon die de vraag aandraagt als voor de anderen verrassend nieuwe inzichten op. Dat kan soms best confronterend zijn. Of juist grappig.” De Socratische dialoog is gericht op bewustwording en is geen discussie of debat, onderstreept Klaassen. Tevens is het een oefening in helder denken. “Het vraagt ook om openheid voor het perspectief van anderen. Zo leer je jezelf en elkaar beter te verstaan. Daar draait het me om!” Website: www.bovenhetmaaiveld.nu

Auteur

Redactie