Verzetsverhalen in het Noordelijk Scheepvaartmuseum met Anania Sorri

GRONINGEN

‘Om ons land opnieuw op te bouwen… Dat zou de hemel op aarde zijn.’

Anania Sorri is een Ethiopische politieke journalist. Hij vluchtte in september 2017 naar Nederland nadat hij vier maanden in de gevangenis had gezeten vanwege zijn verzetswerk tegen de Ethiopische regering. Sorri is één van de dertien geportretteerde mensen in de aankomende tentoonstelling ‘Voortdurend verzet! Wat zou j ij doen?’ in het Noordelijk Scheepvaartmuseum. De tentoonstelling toont Groningse verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog en mensen die vandaag de dag hun land moesten ontvluchten vanwege hun verzetswerk. ‘Voortdurend verzet’ is een samenwerking tussen het OVCG en Noordelijk Scheepvaartmuseum en is van 30 maart t/m 27 mei te zien. Waarom kwam je in verzet? ‘Er is geen vrijheid van meningsuiting in Ethiopië en de regering misbruikt mensenrechten. De regering heeft grote macht over de media en verspreidt simpelweg propaganda. Maar mensen in Ethiopië willen weten wat er gebeurt. Ik voel de plicht om mensen zo neutraal en objectief mogelijk te informeren. Nadat ik Politicologie had gestudeerd, werd ik redacteur en schreef opinieartikelen over de Ethiopische politiek en interviewde mensen uit de oppositie. Meermalen werd de krant waarvoor ik werkte opgeheven door de regering.’ Hoe kijk je tegen het verblijf hier aan? ‘Ik kwam hier toen ik vreesde opnieuw te worden opgepakt, enige tijd nadat ik werd vrijgelaten uit de gevangenis. Er werd geen proces tegen mij gevoerd toen ik in de gevangenis belandde. Hoewel het hier in Nederland vertrouwd voelt, ben ik bezorgd over mijn vrouw en kinderen die nog steeds in Addis Abeba zijn. Wanneer ik weet of ik hier mag blijven, kunnen zij hier ook komen.’ Op welke manier zet je jouw werk voort? ‘De Ethiopische gemeenschap in Nederland is hecht. Ik geef veel presentaties en geregeld doe ik politieke analyses voor de Ethiopische nieuwszender in Amsterdam. Als ik mag blijven, hoop ik de master International Relations aan de RUG te beginnen. Maar Ethiopië blijft mijn thuisland. Er is zoveel potentie, we hebben zoveel te geven als Ethiopiërs, maar we moeten wel op iets kunnen bouwen. We kunnen niet op wankele fundamenten bouwen. Het enige wat mist is goed leiderschap. Onze cultuur is zo rijk: we hebben zoveel grondstoffen, prachtige landschappen en geweldig eten.’ Met een grinnik: ‘Dat is wat de Nederlanders ook waarderen: onze keuken.’ Wat wil jij persoonlijk dat mensen leren van de aankomende tentoonstelling? ‘Verzet bestaat in vele vormen en is van alle plaatsen en tijden. Nederlanders hebben een open blik naar de wereld, maar slechts weinigen weten iets over Ethiopië omdat mijn land onderbelicht is in Nederlandse media. Ik wil een dialoog creëren. De strijd voor vrijheid is niet voorbehouden aan mensen in mijn eigen gemeenschap. We zijn als mensen allemaal verbonden.’ Antrude Oudman.

Auteur

Albert-Jan Garama