Roelof Wijtsma: ‘Een strip is een eenmansfilm’

GRONINGEN

Overdag tekent striptekenaar en illustrator Roelof Wijtsma voor verschillende opdrachtgevers. Als de avond valt, wijdt hij zich het liefst aan zijn vrije werk. “Dan verander ik van Dr. Jekyll in Mr. Hyde.”

Door Arjen J. Zijlstra “Ik heb trouwens die spiegel hier niet staan om te checken of mijn haar goed zit,” zegt Roelof Wijtsma (50) als hij zijn werkruimte laat zien. “Soms heb ik hem nodig bij het tekenen van handen en bepaalde gezichtsuitdrukkingen. Het is een belangrijk instrument voor mij.” Elke gezichtsuitdrukking is onderdeel van het ‘acteren’ van het personage, legt Wijtsma uit. “Strips maken is heel erg vergelijkbaar met het regisseren van films. Het verschil is dat ik alles in mijn eentje doe. De aftiteling die je ziet na een film, al die dingen doe ik als stripmaker zelf. Als je een strip tekent maak je een eenmansfilm waarbij je zelf de decorbouwer, kostuumontwerper en zelfs kapper bent.” “Ik heb gisteren nog ideeën gekregen voor een kapsel tijdens het kijken naar Europacupvoetbal. Ik zag een bepaalde coupe en dacht: hé die kan ik gebruiken voor een van de spelers in de voetbalstrip Roel Dijkstra die ik maak voor Eppo. De grootste lol aan dit werk vind ik dat je een eigen wereldje kunt maken en die zo levend mogelijk over moet proberen te laten komen.”

Bravoure

“Het is heel belangrijk dat het allemaal klopt. Dus ook als je een sciencefiction-pistool tekent, dan moet je wel kunnen zien dat het werkt. Een docent op Minerva leerde me dat. Dat was een wijze les. Overigens was dat geen striptekenaar. Geen enkele docent was dat, maar die vrijheid vond ik juist heel fijn. Ik was toen eigenlijk wel klaar met de klassieke strip.” Wel heeft Wijtsma in die tijd nog een blauwe maandag les gehad van Jan Kruis. “Dat was heel erg leuk, want dan krijg je les van een meester in het vak. Maar ik keek wel heel erg neer op Jan Jans en de kinderen. Ik hield van experimentele strips, van Moebius bijvoorbeeld. Later kwam ik erachter dat Kruis dat ook allemaal wel kende. Ik dacht in mijn jeugdige bravoure dat ik zo exclusief bezig was...” “Daar ben ik later wel een beetje beschaamd op teruggekomen. Zeker toen ik zelf ook striptekenaar werd. Want om ervan te kunnen leven moet je ook toegankelijke dingen maken. En dan merk je hoe moeilijk dat al is.”

Strippie strip

Wijtsma maakt strips en illustraties voor uiteenlopende bladen – van het Reformatorisch Dagblad tot Eppo – maar bijvoorbeeld ook voor educatieve boeken en jaarverslagen van bedrijven. Ook maakte hij in opdracht verschillende stripalbums zoals een Friestalige verstripping van Reis om de wereld in 80 dagen. En een vijftal albums over de held Arin en het volk van de hunebedbouwers, in opdracht van het Hunnebedcentrum in Borger. Soms ervaart Wijtsma wel een spanningsveld tussen het werken aan opdrachten en zijn behoefte om zelf een verhaal te vertellen. “Ik vind het allebei heel leuk: een klassieke strippie strip maken − wat al verdraaid moeilijk is − en iets creëren met meer emotionele diepgang. Doolhof van Eden is daar een voorbeeld van. Daar heb ik acht jaar lang aan gewerkt. Ik merk dat ik nu ook weer zo’n project moet opzetten om die balans te krijgen. Dat ik overdag het gewone werk doe, maar daarna ook kan veranderen van Dr. Jekyll in Mr. Hyde, en volledig mijn eigen gang kan gaan.”

Paradijs

De graphic novel Doolhof van Eeden is een werk dat gemaakt móest worden, vertelt Wijtsma. Het verhaal, dat qua beeldtaal zowel woest en ledig als transcendent voelt, heeft als karakters een naakte man en vrouw en een reusachtige engel met zwaard. Een glimp van het paradijs wil de man zien, het paradijs dat hij als kind heeft verloren. Wijtsma voelde jarenlang eenzelfde verlangen naar een dergelijk paradijs. Voor hem was dat Chili, het land waar hij tussen zijn tweede en negende jaar woonde. “Toen ik achter in de twintig was ben ik teruggegaan naar Chili, samen met mijn vrouw. Ik had de hoop dat ik eindelijk thuis zou komen. Maar ik vond het verschrikkelijk. Ik vond natuurlijk wel de huizen en vertrekken terug waar ik had geleefd, maar het gevoel van thuiskomen bleef uit.” “Later pas bedacht ik: eigenlijk heb ik mijn overleden ouders gezocht daar in Chili. Mijn vader overleed toen ik 14 was en mijn moeder op mijn 21e. Natuurlijk wist ik dat ik ze niet zou tegenkomen. Maar ergens op een onbewust kindniveau, hoopte ik dat wel. Op een gegeven moment voelde ik de drang om die ervaring in beelden te vangen. Dat heeft erg bijgedragen aan mijn rouwverwerking. Maar ik was ook erg blij toen ik in recensies las dat het boek wel mijn persoonlijke verhaal overstijgt.”

Dieper

Het eerstvolgende werk, waarop Wijtsma nu nog aan het broeden is, zal ook verband houden met zijn Chileense achtergrond, maar dat zal meer een spannende road-strip worden. “En iets anders waar ik een verhaal in zie, is mijn ervaring bij een geloofsgemeenschap met sektarische kenmerken waar ik in mijn late tienerjaren bijzat. Tegelijkertijd was ik een kunstacademiestudent die in een punkband speelde. Ik zie het wel voor me om dat op subtiele wijze met een beetje humor te vertellen.” “Er werd daar ook gesproken over een eindtijd, met een bepaalde datum die daarbij hoorde. De uitverkorenen zouden dan worden opgenomen in de hemel. Maar al voor die dag kwam is het geheel uit elkaar geknald. Mijn vrouw en ik zijn, puur toevallig, een dag na die einddatum getrouwd. We grapten toen weleens: zal je zien dat er niemand komt op onze bruiloft omdat ze allemaal zijn opgenomen in de hemel.” “Ik dacht op een gegeven moment: je kunt je wel bezighouden met geloofszaken, maar je moet eerst eens even je eigen verleden op orde brengen. Doolhof van Eden heeft daar zeker aan bijgedragen. Ook geniet ik elke dag weer van het maken van zo’n strip als Roel Dijkstra, maar wat ik ’s avonds maak gaat toch wel een hele dimensie dieper.”

Auteur

Redactie