Wim Masker column Buitenspel ‘Geen Joris Driepunter’

Vorig seizoen slechts tien overwinningen en dit seizoen acht: FC Groningen heeft in de twee jaren onder Ernest Faber te weinig gewonnen om van een succesvolle samenwerking te kunnen spreken. Werd een jaar geleden de competitie nog met een bevredigende achtste plaats afgesloten, de twaalfde plaats van nu is ondermaats.

Beide seizoenen kenden een vergelijkbaar verloop: na een moeizame competitiestart volgde verbetering en dat proces herhaalde zich telkens na de winterstop. Het duurde in beide seizoenen te lang voordat Faber en zijn assistent Marcel Groninger de poppetjes op de goede plaats hadden staan en er iets van een vast elftal ontstond.

Qua resultaten was het tweede seizoen slechter dan het eerste, maar niet qua attractiviteit. En zeker niet in de laatste twaalf wedstrijden, waarvan FC Groningen er slechts twee verloor – van AZ en Ajax. Toeschouwers gingen de laatste maanden weer met positieve verwachtingen naar het stadion. Daaraan heeft het te lang ontbroken.

Fabers grootste verdienste is dat hij het heeft aangedurfd om jonge, talentvolle spelers de kans te geven. Alleen al dit seizoen liet hij zes talenten debuteren. Een ander groot pluspunt is dat de humorvolle Brabander ook in mindere tijden vrolijk en positief bleef. Kritiek ervoer hij – terecht – niet als een aanval op zijn persoon en nam hij misschien daarom wel serieus. In principe dan.

Faber erkende ook bijtijds dat zijn eerste assistent in team-tactisch opzicht sterker onderlegd is. Terwijl Marcel Groninger het elftal steeds beter naar zijn hand zette, fluisterde oud-international Faber zijn spelers individueel onvermoeibaar de wetten van de topsport in. Was die rolverdeling eerder tot stand gekomen, was dat voor alle partijen beter geweest.