Column Buitenspel Wim Masker: Dilemma Be Quick 1887

GRONINGEN

Met de degradatie van Be Quick 1887 verdwijnt de enige Groningse amateurclub uit het divisievoetbal. Ik vind dat jammer.

Als er één club de provincie in de top van het amateurvoetbal zou kunnen vertegenwoordigen, is het Be Quick wel. De ‘Good Old’ heeft veruit de mooiste accommodatie, de beste jeugdopleiding en de meest glorierijke geschiedenis.

De tragiek van Be Quick is dat het publiek de gang naar de Esserberg al lang niet meer weet te vinden, ondanks het vaak niet eens onaardige voetbal. Gemiddeld zo’n 200 toeschouwers namen dit seizoen nog de moeite om de thuiswedstrijden te bezoeken. Verklaarbaar weinig, dat wel. Voetballiefhebbers kunnen voor niet al te veel geld eredivisievoetbal bij FC Groningen zien of internationaal topvoetbal aan huis.

In de strijd om sponsors heeft Be Quick niet alleen concurrentie te duchten van datzelfde FC Groningen, maar ook nog eens van Donar, Lycurgus, Nic., GIJS, tientallen andere clubs en diverse sportevenementen. Er rest Be Quick eigenlijk nog maar één manier om meer geld vrij te maken voor het eerste elftal en dat is fors snijden in de uitstekende jeugdopleiding. Een heus dilemma.

Het is de vraag of Be Quick met een afgeslankte opleiding wel voldoende geld heeft om zijn beste spelers te binden. Dat lukt namelijk ook clubs uit de grote provincieplaatsen Hoogezand, Veendam, Winschoten en Delfzijl niet. Die komen niet verder dan de eerste klasse, waardoor Be Quick straks ook weer de enige Groningse amateurclub op hoofdklasseniveau is. De nieuwe, afgeroomde selectie bestaat vooral uit eigen jeugd en spelers met een verleden in de jeugdopleiding van FC Groningen. Of dat goed genoeg is voor de hoofdklasse zal blijken. Hopelijk wel.