Wie is die Groninger brievenschrijver uit WOII?

GRONINGEN

‘Beste vriend, Reis vanuit Westerbork met vader en moeder. Jij betaalt porto. Het allerbeste. Je vriend, Jules’.

 

Door Vincent Trechsel

Twee Groninger leerlingen van het Stedelijk Gymnasium schrijven elkaar brieven. De één vanuit een werkkamp Twilhaar in Nijverdal, de ander met gevaar voor eigen leven vanuit Groningen. De één heet Jules van Coevorden, hij woonde destijds aan de Van Starkenborghstraat in het zuiden van de stad. Hij schrijft zijn vriend Peter Molendijk, zoon van de Groninger wethouder Hermen Molendijk. Het is juli, 1942: het jaar waarin zevenhonderd joodse Groningers (man, 15-65 jaar) worden opgepakt en weggevoerd naar kampen in Overijssel en Drenthe, om daar aan de slag te gaan voor de Duitse bezetters.

 

Alex Alferink en zijn kompaan Jan Fikken doen al sinds eind vorige eeuw onderzoek naar het werkkamp en ontvingen prompt een serie brieven van de zoon van Peter Molendijk. De correspondentie tussen die twee studievrienden geeft nieuwe inzichten, maar roept ook nieuwe vragen op. "We zijn heel erg blij met deze brieven", vertelt een enthousiaste Alferink (64).

 

Alledaagse onderwerpen worden in de brieven besproken. Over schoolprestaties, het zware werk op de hei in Overijssel, het opsturen van studieboeken Latijn en Engels en over Jules zelf. Dat hij 's avonds kapot gewerkt is en alleen nog puf heeft om een brief of twee te schrijven en een douche te nemen. Iedere ochtend gaat de wekker om vijf uur en moeten er twaalf uur lang plantages worden aangelegd. Het Duitse regime is streng maar acceptabel. Zeker in vergelijking met andere kampen.

 

Postbezorging

Toch verandert er naar verloop van tijd in Twilhaar ook het één en ander, schrijft Jules in één van zijn brieven. ‘De postbezorging en de aankomst ervan zijn veranderd. We mogen nog maar één per week schrijven en alles wordt gecontroleerd voordat de brief bij jou of bij mij terechtkomt.’ Bijzonder genoeg vonden de Duitsers het prima dat deze informatie Groningen bereikte.

 

Na het lezen van de brieven is het enige dat Alferink denkt: ‘wie is die Jules van Coevorden eigenlijk en wat weten wij van hem?’. Na onderzoek, informatie uit de brieven en diverse gesprekken komt het nodige boven. Behalve een gezicht. Jules van Coevorden zat met zijn vader, Hartog van Coevorden, in het kamp. Van de oude Van Coevorden is beeldmateriaal. Van de jonge niet. Of toch wel? Alferink en Fikken beschikken over een groepsfoto met Groningers waarop papá achter een jongere man staat. Die zit op een stoel. De handen van vader rusten op de schouders van de jongen. Alferink: "Het is natuurlijk gissen, maar het is wel aannemelijk dat dat Jules van Coevorden is. We weten het alleen niet zeker en kennen niemand die het kan bevestigen."

 

Jodenvraagstuk

Van de familie Van Coevorden kan niemand het navertellen; 1942 is namelijk het jaar van de Wannseeconferentie. In Berlijn kwamen vijftien hoge naziambtenaren bijeen om te spreken over een ‘definitieve oplossing’ voor het ‘Jodenvraagstuk’. De bijeenkomst duurde nog geen twee uur. De Duitse commandant Gemmeker in Westerbork kreeg dagelijks een telegram waarop de hoeveelheid Joden vermeld stond die getransporteerd moest worden. Zevenhonderd de eerste dag, achthonderd de tweede, en zo door. Kamp Westerbork moest dus als de wiedeweerga bevoorraad worden, zoals de Duitsers dat destijds noemden.

 

De vrouwen en moeders van de getransporteerde Groningers werden nauwlettend in de gaten gehouden. Sluw als de nazi’s waren, werd die kennis met opzet gedeeld met de mannen in het werkkamp. Zij haalden het dus niet in hun hoofd om te ontsnappen. Dat zou de thuisblijvers immers in gevaar brengen. Deze tactiek bleek tweeledig, want werd ook ingezet toen commandant Gemmeker de Joden moest afvoeren naar Auschwitz.

 

In één nacht tijd was werkkamp Twilhaar uitgestorven. Jules van Coevorden, zijn vader en alle andere mannen uit het kamp zouden naar Westerbork afreizen, waar zij herenigd werden met hun vrouw of moeder. Toegegeven, die hereniging kwam, maar wel zodat commandant Gemmeker nóg meer Joden op transport kon zetten.

 

Portokosten

Bij de meeste Joden drong het besef door dat ze hun vrienden en familie nooit meer zouden zien. Met als gevolg dat er in 1942 langs het spoor tussen Groningen en Winschoten heel veel afscheidsbrieven zijn gevonden. Geschreven in de hoop dat die terecht zouden komen bij de geadresseerden. Jules schreef er ook één; een ongefrankeerde briefkaart aan zijn goede vriend Peter Molendijk. ‘Beste vriend, Reis vanuit Westerbork met vader en moeder. Jij betaalt porto. Het allerbeste. Je vriend, Jules’.

 

Hobbelend op het spoor in een overvolle trein door het Groninger landschap. Er haast zeker van zijn dat je het einde van je leven tegemoet rijdt. Het zien van de angst in de ogen van je vader en het lijden van je moeder. Denkend aan de bizarre berichten die Nederland bereikten over gaskamers in Poolse werkkampen. Het je niet voor kunnen stellen dat de nazi’s de massavernietiging echt zouden uitvoeren. Wat moet er door de hoofden van de Joden gegaan zijn en wat zegt het over iemand dat je in zo’n situatie over de portkosten begint? Mensen als Alex Alferink zijn types die hun vrije tijd ruilen voor het vinden van antwoorden uit vervlogen tijden. Hij wil per se weten wie die Jules van Coevorden nu echt was. Veel weet de zestiger nog niet. Hij hoopt dat daar snel verandering in komt, zodat deze bijzondere brieven verhalen kunnen worden met een gezicht.

 

Vertel het de onderzoekers

De onderzoekers Alex Alferink en Jan Fikken hopen dat er mensen zijn die hen iets kunnen vertellen over Jules van Coevorden. Wie was hij en klopt het wat de onderzoekers denken? Is de jongeman in het witte overhemd op de foto boven daadwerkelijk Jules van Coevorden? Reacties kunnen naar: Alex Alferink, Van Speijkstraat 6, 7441 HV Nijverdal, alexalferink@gmail.com of 06 36 09 18 72.