Wim Masker column Buitenspel: Tote Frosch

GRONINGEN

Nederlandse clubs domineerden begin jaren zeventig het Europese voetbal, maar mijn vader ik keken veel liever naar de Bundesliga dan naar de eredivisie.

Had je op zaterdagavond bij de ARD Sportschau genoten van tempovoetbal, strijd en ziedende afstandsschoten, een dag later zag je Ajax en Feyenoord met traag voetbal hun zwakke, sjokkende tegenstanders met grote cijfers verslaan. Drie wedstrijden zond Studio Sport uit, meer niet, en daarbij waren altijd de wedstrijden van de superieure top twee. PSV was indertijd nog geen topclub.

Naast de VI las ik geregeld het tweemaal wekelijks verschijnende sportblad Der Kicker, dat in zijn hoogtijdagen bijna een miljoen lezers had. Opvallend aan het Duitse blad was de zelfkritische toon. Waar Voetbal International in de topjaren van Feyenoord en Ajax met een zeker dedain over het buitenlandse voetbal berichtte, daar waren de Duitsers juist bijzonder zelfkritisch in hun analyses. Vaak werden voetballanden als Nederland, Italië, Engeland en Spanje als voorbeeld gesteld.

Afgelopen week verbleef ik met mijn lief in de Sächsische Schweiz, een wonderschoon gebied onder Dresden aan de Tsjechische en Poolse grens. Van het WK zag ik alleen Duitsland-Mexico en laat op de avond samenvattingen en nabeschouwingen. De Duitsers waren ongemeen kritisch op ‘die Mannschaft’ en analyseerden doorwrocht en tot in detail wat er tegen ‘die Mexicaner’ was misgegaan. Zes dagen lang!

Maar Duitsers kunnen ook minder prozaïsch en academisch over voetbal praten. Oud-international Mario Basler ging er met gestrekt been in. Hij had het vooral voorzien op Mesut Özil: "Ich muss es immer wieder sagen: Ein Özil, seine Körpersprache ist die von einem toten Frosch.” (Özil had weer eens de lichaamstaal van een dooie kikker.)

Misschien zoekt Voetbal Inside nog een Duitse gast.